Download Inhoudsopgave Inhoud Print deze pagina

Gedetailleerde Informatie Over Het Systeem - Onetouch Ultraeasy Gebruikershandleiding

Inhoudsopgave

Gedetailleerde informatie over het systeem

Meter- en laboratoriumresultaten vergelijken
De testresultaten met de OneTouch® UltraEasy® meter zijn plasma-gekalibreerd. Dit maakt het voor u en uw arts/diabetesverpleegkundige
eenvoudiger om de resultaten van de meter te vergelijken met laboratoriumresultaten. Als u eerder een ander type meter hebt gebruikt (die
volbloed-gekalibreerde resultaten levert), zult u zien dat de testresultaten van de OneTouch® UltraEasy® meter ongeveer 12% hoger liggen.
Testresultaten van de OneTouch® UltraEasy® meter en laboratoriumtestresultaten worden beide uitgedrukt in plasmawaarden. De resultaten
die u met de meter verkrijgt, kunnen echter verschillen van de laboratoriumresultaten wegens normale afwijkingen. De meterresultaten
kunnen worden beïnvloed door factoren en omstandigheden die niet op dezelfde manier van invloed zijn op laboratoriumresultaten.
Een met de OneTouch® UltraEasy® meter gemeten glucosewaarde wordt gezien als nauwkeurig wanneer deze niet meer dan ±20% afwijkt
van het laboratoriumresultaat. Onder bepaalde omstandigheden kan het verschil groter zijn dan ±20%:
• U hebt kortgeleden gegeten. Het bloedglucosegehalte in een bloedstaal uit een vingertop kan tot 70 mg/dL hoger zijn dan dat in een
bloedstaal uit een ader zoals dat wordt gebruikt voor een laboratoriumtest.
• Uw hematocriet (percentage van het bloed dat uit rode bloedcellen bestaat) is hoog (hoger dan 55%) of laag (lager dan 30%).
• U lijdt aan ernstige dehydratatie.
• U hebt de test uitgevoerd tegen de ondergrens van het temperatuurbereik (6 ºC) en u hebt een hoog glucoseresultaat (hoger dan 180 mg/dL)
verkregen. Voer in een dergelijk geval de test zo snel mogelijk opnieuw uit met een nieuwe teststrip in een warmere omgeving.
In de bijsluiter bij de teststrips vindt u gegevens over de nauwkeurigheid en de precisie en belangrijke informatie over beperkingen. Houd u aan
de volgende richtlijnen om een zo nauwkeurig mogelijke vergelijking te maken tussen resultaten van de meter en laboratoriumresultaten:
Voordat u naar het laboratorium gaat
• Voer een test met controlevloeistof uit om er zeker van te zijn dat
de meter goed werkt.
• Eet niets gedurende ten minste acht uur voordat u uw bloed test.
• Neem de meter mee naar het laboratorium.
1. Sacks, D.B.: "Carbohydrates." Burtis, C.A., and Ashwood, E.R. (ed.), Tietz Textbook of Clinical Chemistry. Philadelphia: W.B. Saunders Company (1994), 959.
Technische specificaties
Gemeld gebruiksbereik
20–600 mg/dL
Kalibratie
Plasmawaarden
Bloeddruppel
Vers capillair volbloed
Testduur
5 seconden
Analysemethode
Glucose-oxidasebiosensor
Voedingsbron meter
Eén vervangbare 3,0 V CR 2032 lithium-
batterij (of daarmee gelijkwaardig)
Maateenheid
mg/dL
foUtmeldingen en gegevens met betrekking tot Uw systeem
1
In het laboratorium
• Voer de test met de meter binnen 15 minuten na de
laboratoriumtest uit.
• Gebruik alleen vers capillair bloed uit een vingertop.
• Volg alle aanwijzingen uit deze gebruikershandleiding voor het
uitvoeren van een bloedglucosetest met uw meter.
Geheugen
500 resultaten van bloedglucosetests
Automatische
2 minuten na de laatste handeling
uitschakeling
Afmeting
10,8 x 3,20 x 1,70 cm
Gewicht
Ongeveer 40 g inclusief batterij
Gebruiksbereik
Temperatuur: 6–44 °C
Hoogte: maximaal 3048 meter
Relatieve vochtigheid: 10–90%
Hematocrietwaarde: 30–55%
Batterijspecificatie
Eén 3,0 V gelijkstroom, 3 mA
(één CR 2032-batterij)
27
gelijkstroom
Inhoudsopgave
loading

Inhoudsopgave