<Zware stof>
<Normale stof>
a Achterkant van de stof
b Voorkant van de stof
l
Naai met de vouw van de zoom tegen de
persvoetgeleider.
m
Verwijder de rijgsteken en keer de stof om.
1
a Achterkant van de stof
b Voorkant van de stof
Applicatie
a
*
a Applicatie
b Textiellijm
b
*
2
c
a Applicatiemateriaal
a Naaldpositie
NAAISTEKEN NAAIEN
Zet de applicatie vast met textiellijm of
rijgsteken aan de stof.
Zo zal de stof tijdens het naaien niet gaan schuiven.
Selecteer
of
.
Stem de steeklengte en steekbreedte af op de vorm
en de grootte van de applicatie en de stof
(pagina 85).
Memo
• Zie "STEEKINSTELLINGENTABEL" op
pagina 218 voor meer bijzonderheden over
elke steek.
Bevestig persvoet "J". Controleer of de
naald net naast de applicatie valt en begin
met naaien.
3
133