Beschrijving
2.7
Controle op zuurstofconcentratie
Het toestel bewaakt de zuurstofconcentratie in de omgevingslucht. De instelbare
alarmdrempels kunnen zo worden ingesteld dat deze in twee verschillende situaties
worden geactiveerd:
-
verrijkt – zuurstofconcentratie > 20,8% of
-
onvoldoende – zuurstofconcentratie < 19,5%.
Opgelet!
Indien een alarm wordt geactiveerd terwijl het toestel wordt gebruikt,
moet u de zone onmiddellijk verlaten.
Een verblijf op de locatie in een dergelijke situatie kan ernstig persoonlijk
letsel veroorzaken of dodelijk zijn.
Wanneer de ingestelde alarmdrempel wordt bereikt voor één van de twee hierbo-
ven vermelde situaties:
-
verschijnt en knippert de alarmmelding in combinatie met de bijbehorende gas-
concentratie
-
gaat de achtergrondverlichting aan
-
klinkt het alarm [indien actief]
-
knipperen alarm LED's [indien actief]
-
gaat het trilalarm aan [indien actief]
Het LOW-alarm [onvoldoende zuurstof] houdt aan en wordt niet gereset
wanneer de O
Druk op de -knop om het alarm te resetten. Als het alarm vergrendelt,
wordt het alarm met de knop vijf seconden onhoorbaar. Alarmen kun-
nen ver-/ontgrendeld worden via de MSA Link-software.
Door wijzigingen van de barometerdruk [hoogte boven NAP] of extreme
veranderingen van de omgevingstemperatuur kan een vals zuurstof-
alarm worden geactiveerd.
In dat geval wordt aanbevolen een zuurstofkalibratie voor de betreffen-
de temperatuur en gebruikte druk uit te voeren. Zorg er voor dat het toe-
stel zich in frisse lucht bevindt voordat u een kalibratie uitvoert.
32
-concentratie boven het ingestelde minimumpunt komt.
2
ALTAIR 5X/ALTAIR 5X IR
MSA
NL