Inbouw- en bedieningsvoorschriften Wilo-Atmos GIGA-B
Onderhoud
WAARSCHUWING
Risico op persoonlijk letsel!
Ondeskundige demontage van de motor kan leiden tot lichamelijk letsel.
• Voor de demontage van de motor ervoor zorgen dat het zwaartepunt zich niet
boven het steunpunt bevindt.
• Motor tijdens het transport tegen kantelen borgen.
• Altijd geschikte hijsmiddelen gebruiken en de onderdelen borgen tegen vallen.
• Nooit onder zwevende lasten staan.
1. Schakel de installatie spanningsvrij en beveilig deze tegen onbevoegd herinscha-
kelen.
2. Spanningvrijheid controleren.
3. Werkbereik aarden en kortsluiten.
4. Afsluiters voor en achter de pomp sluiten.
5. Pomp door het openen van het ontluchtingsventiel (Fig. I/II/III/IV/V, Pos. 1.31)
drukloos maken.
LET OP
Let bij alle volgende werkzaamheden op het voor het betreffende schroefdraadtype
voorgeschreven aandraaimoment (tabel aandraaimomenten schroeven)!
6. Verwijder de aansluitleidingen van de motor.
7. Demonteer de koppelingsbeveiliging (Fig. I/II/III/IV/V, Pos. 1.32) met geschikt ge-
reedschap (bijvoorbeeld een schroevendraaier).
⇒ Pomptype design A/B:
8. Demonteer de koppeling (Fig. I/II/III/IV/V, Pos. 1.5).
9. Draai de motorbevestigingsschroeven (Fig. I/II/III/IV/V, Pos. 5) op de motorflens los
en til de aandrijving met een geschikt hijswerktuig van de pomp.
10.Monteer de nieuwe motor met een geschikt hijswerktuig en schroef de verbinding
lantaarnstuk-motor vast.
11.Controleer de koppelingspasvlakken en aspasvlakken; indien nodig reinigen en
licht insmeren met olie.
12.Koppelingsschalen met ertussen geplaatste afstandsringen op de assen voormon-
teren.
13.Schuif de montagevork (Fig. 13, pos. 10) tussen het lantaarnstuk en de koppeling.
De montagevork mag geen speling hebben.
14.Koppelingsschroeven eerst een beetje vastdraaien, totdat de halve koppelings-
schalen tegen de compensatieschijven liggen.
15.Koppeling vervolgens gelijkmatig verder vastschroeven. Daarbij wordt de voorge-
schreven afstand tussen lantaarnstuk en koppeling van 5 mm automatisch via de
montagevork ingesteld.
16.Montagevork demonteren.
17.Koppelingsbeveiliging monteren.
18.Motor- of netaansluitingskabel vastklemmen.
⇒ Pomptype design C:
19.Draai de lantaarnbevestigingsschroeven (Fig. III/V, Pos. 4) los en til de aandrijving
met lantaarneenheid (koppeling, as, mechanische afdichting, waaier) met geschikt
hijswerktuig van de pomp.
20.Draai de waaierbevestigingsmoer (Fig. III/V, Pos. 1.11) los, verwijder de daaronder
liggende spanschijf (Fig. III/V, Pos. 1.12) en trek de waaier (Fig. III/V, Pos. 1.13) van
de pompas.
21.Demonteer de compensatieschijf (Fig. III/V Pos. 1.16) en, indien noodzakelijk, de
vlakke spie (Fig. III/V Pos. 1.43).
nl
33