Download Inhoudsopgave Inhoud Print deze pagina

Stilstandverwarming; Inbedrijfname - Wilo Atmos Giga-B Inbouw- En Bedieningsvoorschriften

Verberg thumbnails Zie ook voor Atmos GIGA-B:
Inhoudsopgave
W2
U2
PTC
U1
V1
L1
L2
Fig. 11: Y-schakeling
W2
U2
PTC
U1
V1
Fig. 12: Δ-schakeling
8.1

Stilstandverwarming

9

Inbedrijfname

Inbouw- en bedieningsvoorschriften Wilo-Atmos GIGA-B
Inbedrijfname
V2
W1
L3
VOORZICHTIG
Gevaar voor materiële schade!
Op de klemmen van de PTC-voeler mag slechts een max. spanning van 7,5 V DC
aanwezig zijn. Een hogere spanning vernielt de PTC‑voelers.
ƒ
De netaansluiting is afhankelijk van het motorvermogen P2, de netspanning en het
inschakeltype. De vereiste schakeling van de verbindingsbruggen in de klemmenkast
vindt u in de volgende tabel en Fig. 10, 11 en 12.
V2
ƒ
Neem bij aansluiting van automatisch werkende schakeltoestellen de overeenkom-
W1
stige inbouw- en bedieningsvoorschriften in acht.
Inschakeltype
Direct
Y-Δ-start
Tab. 4: Bezetting van de klemmen
LET OP
Om de startstroom te begrenzen en het activeren van de overstroombeveiligingen te
vermijden, wordt het gebruik van soft starters aanbevolen.
Een stilstandverwarming wordt aanbevolen voor motoren, die vanwege de klimaatom-
standigheden aan condensvorming worden blootgesteld. Het gaat dan bijvoorbeeld om
stilstaande motoren in een vochtige omgeving of om motoren die worden blootgesteld
aan sterke temperatuurschommelingen. Motoren die af fabriek met een stilstandver-
warming zijn uitgerust, kunnen als speciale uitvoering worden besteld. De stilstandver-
warming dient als bescherming van de motorwikkelingen tegen condenswater binnenin
de motor.
ƒ
De aansluiting van de stilstandverwarming vindt plaats op de klemmen HE/HE in de
klemmenkast (aansluitspanning: 1~230 V/50 Hz).
VOORZICHTIG
Gevaar voor beschadiging door ondeskundige hantering!
De stilstandverwarming mag niet ingeschakeld zijn tijdens het motorbedrijf.
ƒ
Werkzaamheden aan de elektrische installatie: Een elektromonteur moet werkzaam-
heden aan de elektrische installatie uitvoeren.
ƒ
Installatie-/demontagewerkzaamheden: De monteur moet een opleiding hebben
gevolgd voor de omgang met de noodzakelijke gereedschappen en bevestigingsma-
terialen.
ƒ
De bediening moet door personen worden uitgevoerd die geïnstrueerd zijn over de
werking van de volledige installatie.
Motorvermogen
P2 ≤ 3 kW
Netspanning
Netspanning
3∼ 230 V
3∼ 400 V
Δ-schakeling
Y-schakeling
(Fig. 10)
(Fig. 11)
Verbindingsbrug-
Niet mogelijk
gen verwijderen.
(Fig. 12)
nl
Motorvermogen
P2 ≥ 4 kW
Netspanning
3∼ 400 V
Δ-schakeling
(Fig. 10 boven)
Verbindingsbrug-
gen verwijderen.
(Fig. 12)
25
Inhoudsopgave
loading

Deze handleiding is ook geschikt voor:

Atmos giga-i seriesAtmos giga-b series

Inhoudsopgave