6. Eventuele problemen oplossen
6.2 Diagnosticeren defecte micro-omvormer
Er zijn twee mogelijke problemen:
A. Mogelijk ligt het probleem bij de micro-omvormer zelf.
B. Mogelijk werkt de micro-omvormer prima maar kan deze niet communiceren met de ECU.
De onderstaande items hebben betrekking op problemen met de micro-omvormer, niet
met de communicatie (die worden in de ECU-handleiding beschreven).
Een snelle manier om na te gaan of het een probleem met de micro-omvormer of een
communicatieprobleem met de ECU betreft:
1. Diagnosticeren via de micro-omvormer: Een rood LED-lampje:
a. Een knipperend rood LED-lampje geeft aan dat er sprake is van een probleem met de
micro-omvormer of met de AC-aansluiting.
b. Een brandend rood LED-lampje geeft aan dat er sprake is van een aardingsfout.
2. Diagnosticeren via de ECU:
a. Geen gegevensweergave: Dit duidt waarschijnlijk op een communicatieprobleem, niet
op een probleem met de micro-omvormer.
b. Onregelmatige weergave: Gegevens worden tijdelijk weergegeven en vervolgens
wordt niets weergegeven; dit duidt op een communicatieprobleem.
c. 0 of 2 watt: Mogelijk een probleem met de micro-omvormer.
d. Onregelmatige gegevensweergave duidt op een probleem met de micro-omvormer.
De te volgen stappen bij een defecte micro-omvormer:
1. Controleer of de netstroom en -frequentie overeenstemmen met het bereik dat is vermeld in de
paragraaf Technische gegevens van deze handleiding.
2. Controleer de verbinding met de netstroom. Controleer of er netstroom aanwezig is op
de betreffende omvormer door achtereenvolgens de AC-stroom en de DC-stroom te
verwijderen. Maak nooit de DC-draden los terwijl de micro-omvormer
stroom produceert. Sluit de DC-paneelconnectoren weer aan en let op of het LED-lampje
drie keer kort knippert.
3. Controleer in het wisselstroomcircuit de onderlinge verbindingen van alle micro-
omvormers. Controleer of alle omvormers van energie worden voorzien door
netstroom zoals beschreven in de vorige stap.
4. Zorg dat alle AC-zekeringen juist werken en zijn gesloten.
5. Controleer de DC-verbindingen tussen de micro-omvormer en het zonnepaneel.
6. Controleer of de DC-spanning van het zonnepaneel binnen het bereik valt dat is
vermeld in de paragraaf Technische gegevens van deze handleiding.
7. Als het probleem blijft bestaan, neem dan contact op met APsystems Customer Support.
Open en repareer de APsystems-micro-omvormer niet eigenhandig. Indien genoemde oplossingen niet het
gewenste resultaat opleveren, stuurt u de micro-omvormer terug naar de leverancier ter vervanging.
Installatiehandleiding YC600 Ver 1.4.5
16