KOPLAMPEN: vervangen van een lamp
Voordat u in de motorruimte
werkzaamheden kunt uitvoe-
ren, moet u absoluut het con-
tact uitzetten (zie "De motor
starten en stoppen" in hoofdstuk 2).
De lampen staan onder druk
en kunnen openbarsten bij het
vervangen.
Verwondingsgevaar.
Let op bij werkzaamheden
dicht bij de motor, deze kan
nog warm zijn. Bovendien
kan de ventilateurmotor on-
verwacht gaan draaien. Het waarschu-
wingslampje
in de motorruimte
herinnert u hieraan.
Verwondingsgevaar.
5.14
(1/3)
1
A
Richtingaanwijzer
Draai de lamphouder 1 een kwartslag en
trek de lamp eruit.
Lamptype: Py21W.
Controleer na het terugplaatsen van de lamp
of deze goed is vergrendeld.
Zorg dat u altijd een doos met reserve-
lampen en -zekeringen in de auto hebt,
deze is verkrijgbaar bij uw merkdealer.
2
3
Dimlicht
Vervangen van de lamp:
– verwijder het afdekkapje A;
– maak de bedrading 3 los (zwarte stek-
ker);
– maak de veer 2 los en trek de lamp eruit.
Lamptype: H1.