AUTOGORDELS
(3/4)
7
8
A
B
C
Autogordels achter
Het vergrendelen, ontgrendelen en afstellen
gebeuren op dezelfde manier als bij de voor-
ste gordels.
Maak de autogordel 7 vast in de sluiting B;
maak de autogordel 8 vast in de sluiting A;
maak de autogordel 9 vast in de sluiting C;
Controleer de plaats en wer-
king van de autogordel achterin
na het kantelen van de achter-
bank.
9
10
Bij rijden zonder passagiers adviseren wij de
sluitingen van de autogordels 7 en 9 in de
banden 10 en 11 te plaatsen.
11
1.21