RUITENWISSER, RUITENSPROEIER VOOR
Ruitensproeier
Contact aan: trek de schakelaar 1 naar u
toe.
Door een korte actie komt de ruitensproeier
in werking en maakt de ruitenwisser één
wisbeweging.
Door een lange actie komt de ruitensproeier
in werking en maakt de ruitenwisser drie
wisbewegingen, en na enkele seconden nog
een vierde.
1.78
1
A
B
Probeer niet de ruitenwisserbladen
omhoog te zetten. Zij kunnen niet los van
C
de voorruit omhoog blijven staan. Voor
het vervangen van de bladen, raadpleeg
D
de paragraaf "Ruitenwisserbladen" in
hoofdstuk 5.
Controleer bij werkzaamheden
onder de motorkap, of de scha-
kelaar van de ruitenwisser in
stand A (uit) staat.
Risico van verwonding.
Voordat u iets aan de voorruit
doet (wassen van de auto, ont-
dooien, reinigen van de voor-
ruit, enz.) moet u de schake-
laar 1 in stand A (uit) zetten.
Risico van verwonding en/of beschadi-
gingen.
(2/2)
Bij sneeuwval of als het vriest, maakt u
de voorruit (inclusief de centrale zone
achter de binnenspiegel) en de achter-
ruit vrij voordat u de ruitenwissers in-
schakelt (risico van oververhitting van de
motor).
Let op de staat van de ruitenwisserbla-
den. Hun levensduur hangt van u af:
– zij moeten schoon blijven: reinig de
bladen, de voorruit en de achterruit
regelmatig met water met zeep;
– gebruik ze niet als de voorruit of ach-
terruit droog zijn;
– maak ze los van de voorruit of achter-
ruit als ze lang niet gebruikt zijn.
Vervang ze in elk geval, zodra hun wer-
king afneemt, ongeveer eens per jaar.
Voordat u de ruitenwisser gebruikt moet
u ervoor zorgen dat niets de beweging
van de wisser hindert.