Het in werking treden van de
gordelspanners, de airbags voor
en de zij-airbags wordt door de
elektronische
regeleenheid
bepaald, afhankelijk van het type
ongeval. Als een van deze onder-
delen niet in werking treedt, dan
duidt dat niet op een storing in
het systeem.
Als u de contactsleutel
in stand MAR draait, gaat
het lampje ¬ branden.
Na ongeveer 4 seconden moet
het lampje doven. Als het lampje
blijft branden of als het gaat bran-
den tijdens het rijden, stop dan
onmiddellijk en neem contact op
met de Fiat-dealer.
84
WEGWIJS IN UW AUTO
Als u de contactsleutel
in stand MAR draait, gaat
het lampje F (met de
schakelaar voor uitschakeling van
airbag voor aan passagierszijde in
stand ON) ongeveer 4 seconden
branden en vervolgens 4 secon-
den knipperen, om aan te geven
dat de airbag en side-airbag (in-
dien aanwezig) aan passagiers-
zijde bij een ongeval worden
geactiveerd. Hierna moet het
lampje doven.
Laat bij diefstal of een
poging tot diefstal, bij be-
schadiging of als de auto
bij een overstroming onder wa-
ter is geweest, de airbag door een
Fiat-dealer controleren.
Plak geen stickers of an-
dere voorwerpen op het
stuur of op de plek van de
airbag aan de passagierszijde.
Reis niet met voorwerpen op
schoot en houd vooral geen pijp,
potlood, enz. in de mond. Bij een
ongeval waarbij de airbag in wer-
king treedt, kan dit ernstig letsel
veroorzaken.
Rijd altijd met beide
handen op de stuurwiel-
rand, zodat bij het in wer-
king treden van de airbag, het
systeem niet wordt gehinderd
door obstakels die ernstig letsel
kunnen veroorzaken. Rijd niet
met voorover gebogen lichaam
maar ga goed rechtop zitten en
steun tegen de rugleuning.