Rijden met de zitmaaier
1. Los de handrem door het rempedaal in te
drukken.
2. Voor Rider 13 C, Rider 13 AWD en Rider 15 C
Druk voorzichtig een van de pedalen in totdat de
gewenste snelheid is verkregen.
Bij vooruit rijden, druk pedaal (1) in of bij achter-
uit rijden, pedaal (2).
Voor Rider 11 en Rider 11 C
Ontkoppel de motor en schakel de gewenste
versnelling in.
Om de achteruitversnelling in te schakelen moet
de blokkeerknop worden ingedrukt.
•
De versnellingen 1–4 worden gebruikt bij
maaien.
•
De versnellingen 4–5 worden gebruikt bij
transport.
Het starten kan plaatsvinden onafhankelijk van
welke versnelling is ingeschakeld.
BELANGRIJKE INFORMATIE
Het schakelen tussen de vooruit-
versnellingen mag niet plaatsvinden met
de machine in beweging.
De motor moet worden ontkoppeld bij
iedere schakelmanoeuvre.
Stop de machine voor het schakelen
tussen de voor- en achteruitversnelling,
anders kan de versnellingsbak schade
oplopen.
Gebruik nooit geweld om een versnelling
in te schakelen. Als een versnelling niet
direct pakt laat dan het koppelingspedaal
opkomen en druk het weer in. Probeer
daarna de versnelling opnieuw in te
schakelen.
RIJDEN
N
Nederlands –
6007-010H
6021-002
6007-003
19