Download Inhoudsopgave Inhoud Print deze pagina
Inhoudsopgave
Code Beschrijving

4013 PID SLAAPVERTRAGING

Tijdsvertraging voor slaapstand, zie Figuur 17. Als de uitgangsfrequentie van de
ACS 140 lager dan
PID SLAAPVERTRAG
4014
), blijft, wordt de ACS 140 stilgezet.
SLAAPNIVEAU
4014 PID SLAAPNIVEAU
Het niveau voor het activeren van de slaapstand, zie Figuur 17. Als de
uitgangsfrequentie van de ACS 140 onder het slaapniveau komt, dan wordt de
vertragingsteller gestart. Als de uitgangsfrequentie van de ACS 140 boven het
slaapniveau komt, wordt de vertragingsteller gereset.
Opmerking! De vergelijking van het slaapniveau wordt ook geïnverteerd als de
foutwaarde geïnverteerd wordt met behulp van parameter 4005
.
INV
4015 WEK NIVEAU
Het niveau voor het deactiveren van de slaapstand. Deze parameter stelt een
grens voor de werkelijke proceswaarde voor de slaapstand in (zie Figuur 17).
De limiet drijft mee met de procesreferentie.
Niet-geïnverteerde foutwaarde (parameter 4005 = 0)
Het toegepaste wekniveau wordt bepaald door de volgende formule:
Limiet = parameter 1107 +
parameter 4015 * (referentiepunt - parameter 1107) /
(parameter 1108 - parameter 1107)
Als de werkelijke waarde gelijk is aan of onder deze limiet komt, wordt de
slaapstand onderbroken. Zie Figuur 18.
Geïnverteerde foutwaarde (parameter 4005 = 1)
Het toegepaste wekniveau wordt bepaald door de volgende formule:
Limiet = parameter 1108 +
parameter 4015 * (parameter 1108 - referentiepunt) /
(parameter 1108 - parameter 1107)
Als de werkelijke waarde gelijk is aan of boven deze limiet komt, wordt de
slaapstand onderbroken. Zie Figuur 19.
Werkelijke waarde
WEKNIVEAU
Parameter 4015
Frequentie
t
=
SLAAPVERTRAG
d
t<td
SLAAPNIVEAU
Parameter 4014
Figuur 17 Werking van de slaapfunctie.
.onder het ingestelde niveau (parameter
Tijd
, Parameter 4013
td
STOP
START
FOUT WAARDE
Tijd
83
Inhoudsopgave
loading

Inhoudsopgave