6.1.9
Externe gebeurtenis
Dit alarm geeft aan dat een apparaat, waarvan de werking met deze machine verbonden is, een probleem meldt op de
toegewijde ingang.
Probleem
Status unit is Run
Het
belpictogram
beweegt
beeldscherm van de controller.
Kolom in de alarmlijst:
UnitExternalEvent
Kolom in het alarmlogboek:
UnitExternalEvent
Kolom in het alarm-snapshot
UnitExternalEvent
Reset
Lokale HMI
Netwerk
Auto
OPMERKING: Het bovenstaande geldt in geval van een configuratie van de externe fout digitale ingang als Gebeurtenis
6.1.10
Communicatiefout snelle herstartmodule
Dit alarm wordt gegenereerd in geval van communicatieproblemen met de RRC-module.
Probleem
Het
belpictogram
beweegt
beeldscherm van de controller.
Kolom in de alarmlijst:
RpdRcvryCommFail
Kolom in het alarmlogboek:
RpdRcvryCommFail
Kolom in het alarm-snapshot
RpdRcvryCommFail
Reset
Lokale HMI
Netwerk
Auto
6.2
Stop alarm unit leegpompen
6.2.1
Storing sensor waterinvoertemperatuur (WIT) condensor
Dit alarm wordt gegenereerd elke keer dat de ingangsweerstand buiten een aanvaardbaar bereik ligt.
Probleem
Status unit is Uit.
Alle circuits zijn gestopt met een normale
uitschakelprocedure.
Het
belpictogram
beweegt
beeldscherm van de controller.
Kolom in de alarmlijst:
UnitOffCndEntWTempSen
Kolom in het alarmlogboek:
UnitOffCndEntWTempSen
Kolom in het alarm-snapshot
UnitOffcndEntWTempSen
Reset
Lokale HMI
Netwerk
Auto
Oorzaak
Een
externe
op
het
gedurende ten minste 5 seconden de
digitale ingang van de poort op het
paneel van de controller veroorzaakt.
Oorzaak
op
het
Module heeft geen voeding
Het adres van de module is niet goed
ingesteld
De module is defect
Oorzaak
De sensor is defect.
op
het
Sensor is kortgesloten.
De sensor is niet goed aangesloten
(geopend).
Oplossing
gebeurtenis
heeft
Controleer de oorzaak van de externe
gebeurtenissen en of dit een mogelijk
probleem kan betekenen voor de correcte
werking van de koeler.
Opmerkingen
Het alarm wordt automatisch gewist wanneer
het probleem is opgelost.
Oplossing
Controleer de stroomvoorziening van de
connector aan de zijkant van de module.
Controleer of de leds allebei groen zijn.
Controleer of de connector aan de zijkant
stevig vast zit in de module
Controleer of het adres van de module
correct
schakelschema.
Controleer of de leds aan zijn en allebei
groen zijn. Als de BSP rood brandt, de
module vervangen
Controleer of de stroomvoorziening in orde
is, maar beide leds uit zijn. In dit geval de
module vervangen
Opmerkingen
Oplossing
Controleren op integriteit van de sensor
volgens de tabel en het toegestane kOhm
(k) bereik.
Controleer de correcte werking van de
sensoren.
Controleer met een weerstandsmeter of de
sensor kortgesloten is.
Controleer of er in de elektrische contacten
geen vocht of water aanwezig is.
Controleer of de elektrische aansluitingen
goed vast zitten.
Controleer of de bedrading van de
sensoren correct is, ook volgens het
schakelschema.
Opmerkingen
is
met
verwijzing
naar
D-EOMZC00106-17_05NL - 49/68
het