6.2.2
Storing sensor wateruitvoertemperatuur (WUT) condensor
Dit alarm wordt gegenereerd elke keer dat de ingangsweerstand buiten een aanvaardbaar bereik ligt.
Probleem
Status unit is Uit.
Alle circuits zijn gestopt met een normale
uitschakelprocedure.
Het
belpictogram
beweegt
beeldscherm van de controller.
Kolom in de alarmlijst:
UnitOffCndLvgWTempSen
Kolom in het alarmlogboek:
UnitOffCndLvgWTempSen
Kolom in het alarm-snapshot
UnitOffcndLvgWTempSen
Reset
Lokale HMI
Netwerk
Auto
6.2.3
Storing sensor waterinvoertemperatuur (WIT) verdamper
Dit alarm wordt gegenereerd elke keer dat de ingangsweerstand buiten een aanvaardbaar bereik ligt.
Probleem
Status unit is Uit.
Alle circuits zijn gestopt met een normale
uitschakelprocedure.
Het
belpictogram
beweegt
beeldscherm van de controller.
Kolom in de alarmlijst:
UnitOffEvpEntWTempSen
Kolom in het alarmlogboek:
UnitOffEvpEntWTempSen
Kolom in het alarm-snapshot
UnitOffEvpEntWTempSen
Reset
Lokale HMI
Netwerk
6.2.4
Watertemperaturen verdamper omgekeerd
Dit alarm wordt gegenereerd iedere keer dat de temperatuur van het ingaande water minimaal 1°C hoger is dan die van
het uitgaande water en ten minste één compressor loopt, en dit gedurende 90 seconden.
Probleem
Status unit is Uit.
Alle circuits zijn gestopt met een normale
uitschakelprocedure.
Het
belpictogram
beweegt
beeldscherm van de controller.
Kolom in de alarmlijst:
UnitOffEvpWTempInvrtd
Kolom in het alarmlogboek:
UnitOffEvpWTempInvrtd
Kolom in het alarm-snapshot
UnitOffEvpWTempInvrtd
Reset
Lokale HMI
Netwerk
Auto
D-EOMZC00106-17_05NL - 50/68
Oorzaak
De sensor is defect.
op
het
Sensor is kortgesloten.
De sensor is niet goed aangesloten
(geopend).
Oorzaak
De sensor is defect.
op
het
Sensor is kortgesloten.
De sensor is niet goed aangesloten
(geopend).
Oorzaak
De
temperatuursensoren
ingaande
en
omgekeerd.
op
het
De leidingen voor in- en uitvoer van water
zijn omgekeerd.
De waterpomp werkt omgekeerd.
Oplossing
Controleren op integriteit van de sensor
volgens de tabel en het toegestane kOhm
(k) bereik.
Controleer de correcte werking van de
sensoren.
Controleer met een weerstandsmeter of de
sensor kortgesloten is.
Controleer of er in de elektrische contacten
geen vocht of water aanwezig is.
Controleer of de elektrische aansluitingen
goed vast zitten.
Controleer of de bedrading van de
sensoren correct is, ook volgens het
schakelschema.
Opmerkingen
Oplossing
Controleren op integriteit van de sensor
volgens de tabel en het toegestane kOhm
(k) bereik.
Controleer de correcte werking van de
sensoren.
Controleer met een weerstandsmeter of de
sensor kortgesloten is.
Controleer of er in de elektrische contacten
geen vocht of water aanwezig is.
Controleer of de elektrische aansluitingen
goed vast zitten.
Controleer of de bedrading van de
sensoren correct is, ook volgens het
schakelschema.
Opmerkingen
Oplossing
voor
het
Controleer de bedrading van de sensoren
uitgaande
water
zijn
op de controller van de unit.
Controleer de afwijking van de twee
sensoren terwijl de waterpomp loopt.
Controleer
tegengestelde
opzichte van het koelmiddel.
Controleer
tegengestelde
opzichte van het koelmiddel.
Opmerkingen
of
het
water
in
de
richting
stroomt
ten
of
het
water
in
de
richting
stroomt
ten