10.3 INSTALLATIE VAN DE TELEFOONCENTRALES
De volgende procedure kan zowel worden gebruikt voor systemen waarin reeds een telefooncentrale
aanwezig is, als voor systemen waarin twee telefooncentrales ex novo moeten worden geïnstalleerd.
OPGELET!
In systemen waar al een telefooncentrale aanwezig is, moet u ervoor zorgen
dat deze de juiste FW-versie heeft (2Voice ≥ 4.0) voor het vereiste type dienst en
dat het type systeem behoort tot die die zijn voorzien voor het gebruik van twee
telefooncentrales.
EERSTE TELEFOONCENTRALE
•
Zorg ervoor dat de eerste telefooncentrale is aangesloten op haar eigen aansluitdoos.
Controleer of de parameter IN KOLOM bij de eerste telefooncentrale is ingesteld op NEE.
•
Controleer of de parameter SWI ID # bij de eerste telefooncentrale is ingesteld op 00 en verlaat de
•
configuratie.
TWEEDE TELEFOONCENTRALE
•
Zet de parameters terug op de standaardwaarden met behulp van de resetprocedure naar de
standaardwaarden (zie het hoofdstuk "Reset").
•
Indien de tweede telefooncentrale gloednieuw is, kan deze stap worden vermeden; indien ze reeds in
gebruik is geweest, is deze werkzaamheid noodzakelijk.
•
Zorg ervoor dat de tweede telefooncentrale is aangesloten op haar eigen aansluitdoos.
Controleer of de parameter IN KOLOM op de tweede telefooncentrale is ingesteld op 0.
•
Configureer de parameter SWI ID # op de tweede telefooncentrale op 01. Door deze werkzaamheid start
•
de tweede telefooncentrale opnieuw op, waarna deze zich in de status van niet-actieve telefooncentrale
zal bevinden terwijl de eerste zich in de status van actieve telefooncentrale zal bevinden.
10.4 BIJZONDERE PROBLEMEN
DOORVERBINDEN VAN DE RECEPTIEDIENST VOOR OPROEPEN NAAR EEN
INTERFACE REF. 1083/67
In het geval dat een actieve telefooncentrale haar receptiedienst voor oproepen doorverbindt naar een
interface ref. 1083/67, zal de bevoegdheid niet kunnen worden overgedragen zolang de doorverbindfunctie
voor oproepen naar een draadloze telefoon blijft ingeschakeld.
VERWIJDEREN VAN EEN NIET-ACTIEVE TELEFOONCENTRALE UIT EEN SYSTEEM
In dit geval zal de telefooncentrale niet werken zolang de fabrieksinstellingen niet hersteld zijn met behulp
van de resetprocedure.
OPGELET!
Een telefooncentrale die zich in de niet-actieve status bevindt, kan deze status alleen
verlaten door de bevoegdheid van een actieve telefooncentrale te ontvangen.
GEBREK AAN STROOMVOORZIENING IN EEN OF MEER DELEN VAN HET SYSTEEM
De status van de twee telefooncentrales (de ene actief, de andere niet-actief) in het systeem wordt opgeslagen
in een niet-vluchtig geheugen zodat, wanneer de statussen worden geconsolideerd, de afwezigheid en het
daaropvolgende herstel van de normale stroomvoorziening geen probleem vormt.
Het kan echter gebeuren dat de stroom uitvalt tijdens de overdrachtsprocedure
van de bevoegdheid, waardoor het normale resultaat ervan in gevaar komt.
Indien in deze gevallen de normale stroomvoorziening wordt hersteld en de twee telefooncentrales wisselen
informatie uit en stellen
inconsistenties vast, dan zullen ze de volgende configuratie aannemen:
•
De telefooncentrale met SWI ID # = 00 zal de actieve telefooncentrale zijn
•
De telefooncentrale met SWI ID # = 01 zal de niet-actieve telefooncentrale zijn
DS1083-146A
49