Download Inhoudsopgave Inhoud Print deze pagina

Dell OptiPlex 980 Onderhoudshandleiding pagina 17

Inhoudsopgave
Password Configuration
In deze velden kunnen het minimum- en maximumaantal tekens worden beheerd, die nodig zijn voor de beheerder- en
(Wachtwoordconfiguratie)
systeemwachtwoorden. Wijzigingen voor deze velden worden pas actief als zij worden bevestigd via de knop Apply (Toepassen) of door
de wijzigingen op te slaan voordat u de instellingen afsluit.
Strong Password (Sterk
Dit veld verplicht tot sterke wachtwoorden. Als dit veld is ingeschakeld, moeten alle wachtwoorden minstens een hoofdletter en een
wachtwoord)
kleine letter bevatten en het wachtwoord moet minstens 8 tekens lang zijn. Als deze functie wordt ingeschakeld, wordt de standaard
minimale wachtwoordlengte automatisch gewijzigd in 8 tekens.
Enforce strong password (Sterk wachtwoord verplicht) - Deze optie is standaard uitgeschakeld.
TPM Security (TPM-
Hiermee schakelt u de TPM-beveiliging (Trusted Platform Module) in of uit.
beveiliging)
U kunt de TPM-beveiliging als volgt instellen:
Als TPM Security (TPM-beveiliging) is ingesteld op Clear (Wissen), wist het System Setup-programma de gegevens van de eigenaar die
in de TPM zijn opgeslagen. Gebruik deze instelling om de standaardinstelling van de TPM te herstellen als u de
eigenaarsauthenticatiegegevens verliest of vergeet.
CPU XD Support (CPU
Hiermee schakelt u de modus Execute Disable (Uitschakelen uitvoeren) van de processor in of uit.
XD-ondersteuning)
Deze optie is standaard ingeschakeld.
Computrace(R)
Hiermee schakelt u de optionele Computrace®-service voor het beheren van apparaten in of uit.
U kunt deze optie als volgt instellen:
Chassis Intrusion
Met dit veld wordt de chassisintrusiefunctie beheerd.
(Chassisinbraak)
U kunt deze optie als volgt instellen:
SATA-0 Password (SATA-
Hier wordt de huidige status weergegeven van het wachtwoord dat is ingesteld voor de vaste schijf die is aangesloten op de SATA-0-
0-wachtwoord)
connector op het moederbord.
U kunt ook een nieuw wachtwoord instellen. Deze optie is standaard niet ingeschakeld.
In het System Setup-programma wordt een wachtwoord weergegeven voor alle vaste schijven die op het moederbord zijn aangesloten.
SATA-1 Password (SATA-
Hier wordt de huidige status weergegeven van het wachtwoord dat is ingesteld voor de vaste schijf die is aangesloten op de SATA-1-
1-wachtwoord)
connector op het moederbord.
U kunt ook een nieuw wachtwoord instellen. Deze optie is standaard niet ingeschakeld.
In het System Setup-programma wordt een wachtwoord weergegeven voor alle vaste schijven die op het moederbord zijn aangesloten.
Power Management (Energiebeheer)
AC Recovery
Hiermee wordt aangegeven hoe de computer reageert als de stroomtoevoer weer wordt ingeschakeld na een stroomstoring. U kunt AC
(Voedingsherstel)
Recovery (voedingsherstel) als volgt instellen:
Auto On Time (Tijd
Hiermee stelt u het tijdstip in waarop de computer automatisch wordt ingeschakeld.
automatische
De tijd wordt uitgedrukt in het standaard 12 uursformaat (uren:minuten:seconden).
inschakeling)
U kunt de inschakeltijd wijzigen door waarden te typen in de velden voor tijd en AM/PM.
OPMERKING: Deze functie werkt niet als u de computer uitschakelt door middel van een schakelaar op de stekkerdoos of een
stroomstootbeveiliging of als Auto Power On (Automatisch ingeschakeld) is ingesteld op Disabled (Uitgeschakeld).
Low Power Mode
Hiermee schakelt u de energiebesparende modus in of uit.
(Modus met laag
Deze optie is standaard uitgeschakeld.
energieverbruik)
Wanneer de modus met laag energieverbruik is ingeschakeld, wordt de geïntegreerde netwerkkaart uitgeschakeld wanneer het systeem
wordt afgesloten of zich in de slaapstand bevindt. Het systeem kan alleen op afstand worden opgestart door Add-in NIC cards (Add-in-
NIC-kaarten).
Remote Wake up
Hiermee kan de computer opstarten wanneer een netwerkcontroller een activeringssignaal ontvangt. U kunt Remote Wakeup (Opstarten
(Opstarten op afstand)
op afstand) als volgt instellen:
Admin Password Min (Minimum beheerderwachtwoord)
Admin Password Max (Maximum beheerderwoord)
System Password Min (Maximum systeemwachtwoord)
System Password Max (Maximum systeemwachtwoord)
Deactivate (Deactiveren) (standaardinstelling)
Activate (Activeren)
Clear (Wissen)
Deactivate (Deactiveren) (standaardinstelling)
Disable (Uitschakelen)
Activate (Activeren)
Clear Intrusion Warning (Intrusiewaarschuwing wissen) (Standaard ingeschakeld als de chassisintrusie wordt
gedetecteerd)
Disable (Uitschakelen)
Enabled (Ingeschakeld)
On-Silent (Aan-Stil) (Standaard ingeschakeld als de chassisintrusie wordt gedetecteerd)
Power Off (Uitgeschakeld) (standaardinstelling)
Power On (Ingeschakeld)
Last State (Laatste status)
Inhoudsopgave
loading

Inhoudsopgave