Stalling
Om de grasmaaier klaar te maken voor de stalling buiten
het maaiseizoen moeten de aanbevolen onderhouds-
procedures worden uitgevoerd. Zie Onderhoud op blz. 16.
Stal de grasmaaier op een koele, schone en droge plaats.
Bedek de grasmaaier zodat hij schoon en beschermd blijft.
Voorbereiden van het
startsysteem
WAARSCHUWING
MOGELIJK GEVAAR
Benzine kan verdampen als die over een
langere periode opgeslagen blijft staan.
WAT ER KAN GEBEUREN
Verdampte brandstof kan exploderen als er
open vuur bij komt.
GEVAARLIJKE SITUATIES VOORKOMEN
Bewaar benzine (brandstof) niet voor langere
tijd.
Stal de grasmaaier niet met de brandstof nog in
de tank op een plaats waar open vuur in de
buurt is. (Voorbeeld: de waakvlam van een
oven, verwarmingsketel, gasboiler, geiser of
dergelijke).
Laat de motor afkoelen voordat u de
maaimachine in een afgesloten ruimte opbergt.
Maak de brandstoftank leeg de laatste keer dat u maait
voordat de grasmaaier de stalling in gaat.
1. Laat de motor lopen totdat hij afslaat door gebrek aan
benzine.
2. Gebruik de starthulp en start de motor weer.
3. Laat de motor lopen totdat hij afslaat door gebrek aan
benzine. Als de motor niet meer wil starten is hij
voldoende droog.
Voorbereiden van de motor
1. Tap de olie uit het carter af, terwijl de motor nog warm
is. Zie Olie verversen op blz. 17.
2. Haal de bougie eruit (Afb. 7).
3. Voeg uit een olieblik ongeveer een eetlepel olie toe
aan het carter via het bougiegat.
4. Draai de motor langzaam een paar maal rond, met
behulp van het startkoord, om de olie te verspreiden.
5. Breng de bougie weer aan, maar laat de bougiekabel
er af.
Algemeen
1. Reinig de maaikast. Zie De onderkant van de
grasmaaier reinigen op blz. 18.
2. Haal eventueel vuil en haksel van de cilinder, de
koelvinnen van de cilinderkop, en het huis van de
blazer.
3. Verwijder maaisel, vuil en roet van de buitenste
motoronderdelen, de uitlaatring, en de bovenkant van
de maaikast.
4. Controleer de toestand van het maaimes. Zie
Onderhoud van het maaimes op blz. 19.
5. Draai alle moeren, bouten en schroeven goed aan.
6. Smeer de wielen. Zie Smeren van de zelfaandrijving
op blz. 21.
7. Werk alle geroeste of afgebladderde verfoppervlakken
bij met verf die verkrijgbaar is bij een geautoriseerde
Service Dealer.
De handgreep invouwen
BELANGRIJK: Vouw de handgreep voorzichtig om,
zodanig dat geen kabels losgetrokken, geplooid of
beschadigd raken.
BELANGRIJK: Haal de knoppen waarmee het
onderste deel van de handgreep vastzit aan de steun-
beugel niet weg, en draai ze ook niet los. Vouw het
bovendeel van de handgreep niet naar achteren.
1. Draai de knoppen waarmee het bovendeel van de
handgreep vastzit los.
2. Zwaai voorzichtig het bovendeel van de handgreep
naar voren, totdat het op de motor rust (Afb. 28).
Afbeelding 28
24
m–4217