1
1. Borgpen
Opmerking: Bij het maaien op schuine
oppervlakken wordt een vast stuurbereik
aanbevolen.
12. Ga als volgt te werk bij de montage van de
achtermaaidekken als de maaihoogte hoger dan
18 mm is.
A. Verwijder de lynch-pen en de ring waarmee de
as van het draaipunt van de hefarm is bevestigd
aan de hefarm, en schuif de as uit de hefarm
(Figuur 18).
1. Lynch-pen van as van draaipunt van hefarm en ring
B. Plaats het juk van de hefarm op de as van het
draagframe (Figuur 16).
C. Steek de as van de hefarm in de hefarm en zet
deze vast met de ring en de lynch-pen (Figuur 18).
13. Bevestig de ketting van de hefarm aan de
kettingbeugel met de borgpen (Figuur 19). Gebruik
het aantal kettingschakels volgens de instructies in de
Gebruikershandleiding van het maaidek.
G015977
Figuur 17
Figuur 18
1. Ketting van hefarm
2. Kettingbeugel
14. Smeer schoon vet op de sleufas van de motor van
de messenkooi.
15. Smeer olie op de O-ring van de motor van de
messenkooi en plaats deze op de flens van de motor.
16. Plaats de motor door deze rechtsom te draaien zodat
de flenzen van motor loskomen van de bouten
(Figuur 20). Draai de motor linksom totdat de
flenzen om de bouten zitten en draai vervolgens de
bouten vast.
Belangrijk: Controleer of de slangen van de
motor van de messenkooi niet zijn verdraaid,
geknikt of het risico lopen te worden afgekneld.
1. Aandrijfmotor van
messenkooi
20
Figuur 19
3. Borgpen
Figuur 20
2. Montagebouten