1-7. Veiligheidsinformatie
WAARSCHUWING
■
Als er een baby- of kinderzitje geplaatst wordt
Type E
●
Controleer als er een zitkussen geplaatst is altijd of de schoudergordel over
het midden van de schouder van het kind loopt. De gordel mag niet langs de
nek van het kind lopen maar mag ook niet van de schouder van het kind val-
len. Als de gordel niet goed over de schouder ligt, kan het kind bij plotseling
remmen, een uitwijkmanoeuvre of een aanrijding ernstig letsel oplopen.
●
Controleer of de gesp goed in de gordelsluiting valt en of de gordel niet
gedraaid is.
●
Controleer of het zitje goed is bevestigd door te proberen het zitje in alle rich-
tingen te bewegen.
●
Volg bij het plaatsen van een baby- of kinderzitje altijd de gebruiksaanwijzing
van de fabrikant.
■
Het correct vastzetten van het zitje aan de bevestigingspunten
Controleer bij het gebruik van een ISOfix-bevestigingssysteem of er geen
vreemde voorwerpen rond de bevestigingspunten aanwezig zijn en of de gordel
niet klem zit achter het zitje. Controleer of het baby- of kinderzitje goed vastzit.
Als het zitje niet stevig vastzit, kan het kind of een andere passagier bij hard rem-
men, een uitwijkmanoeuvre of een ongeval letsel oplopen.
156