Voor het rijden
Sleutels ................................. 28
1-2. Openen, sluiten en
vergrendelen van de
portieren
Smart entry-systeem met
(stoelen, spiegels,
stuurwiel)
1-4. Openen en sluiten van
de ruiten
1
Alarm ................................... 112
Airbags ................................ 123
airbag ................................ 157
27