nl
6.4.1.2
Zuigbedrijf
Ø = min. 80 mm
Fig. 5: Installatievoorbeeld: Afzuigmodus
18
Installatie en elektrische aansluiting
>2xØ
Qmax. 1.5 m/s
R = >2.5xØ
MAX
MIN
4xØ
ƒ
De middenlijn van de pomp mag zich maximaal 3,2 m boven het laagste waterpeil in
de watertank bevinden.
ƒ
Diameter zuigleiding: min. 80 mm.
ƒ
Stroomsnelheid in de zuigleiding: max. 1,5 m/s bij maximaal debiet.
ƒ
Voorzie voor elke pomp een eigen zuigleiding. De zuigleidingen mogen niet met el-
kaar worden verbonden!
ƒ
Monteer op het laagste punt van de zuigleiding een voetventiel.
ƒ
Breng vóór het voetventiel een zuigzeef aan:
–
Diameter: min. 1,5 keer de nominale diameter van de zuigleiding
–
Korrel-/deeltjesgrootte: max. 5 mm
–
De zuigzeef moet zonder leegmaken van de watertank kunnen worden gereinigd.
ƒ
Installeer per pomp een automatische vulinrichting:
–
De vulinrichting bestaat uit: Breektank, richting de perszijde van de pomp omlaag
lopende leiding met terugslagklep.
–
De breektank, pomp en zuigleiding moeten voortdurend met water gevuld zijn.
LET OP! Waarborg het waterpeil ook bij een lekkage van het voetventiel!
Start de pomp als het waterpeil in de breektank daalt tot 2/3 van het normale wa-
terpeil. LET OP! Activeer het alarm op een voortdurend bewaakte locatie als de
pomp niet start!
WILO SE 2020-12