Download Inhoudsopgave Inhoud Print deze pagina

Variabelen Voor Toegang Op Afstand (Remx); Programmering Van Parameters - Wilo Sifire First Inbouw- En Bedieningsvoorschriften

Inhoudsopgave
nl
9.1.10
Variabelen voor toegang op af-
stand (REMx)
9.1.11
Gebruikersalarmen (UAx)
9.2

Programmering van parameters

42
Schakelkast van de elektropomp
Beschrijving
Soort meting
1
Functie
2
Meetwaarde
3
Grenswaarde voor de variabele toestand
4
Onderste drempelwaarde
5
Bovenste drempelwaarde
6
ƒ
Er kunnen maximaal 16 variabelen voor toegang op afstand worden beheerd
(REM1...REM16).
ƒ
Het gaat daarbij om variabelen, waarvan de status door de gebruiker via het commu-
nicatierapport willekeurig kan worden gewijzigd en die in combinatie met de uitgan-
gen, met de booleaanse logica etc. kunnen worden gebruikt.
ƒ
Voorbeeld: Bij gebruik van een variabele op afstand (REMx) als bron van een uitgang
(OUTx) is het mogelijk een relais via de bewakingssoftware vrij te activeren en te de-
activeren. Zo kunnen de uitgangsrelais voor de besturing van lasten zoals de verlich-
ting worden gebruikt.
ƒ
Een ander gebruik van REMx-variabelen is het op afstand activeren of deactiveren
van bepaalde functies door ze in een booleaanse logica in EN met in- of uitgangen te
integreren.
ƒ
Er kunnen maximaal 8 programmeerbare alarmen (UA1 ... UA8) worden vastgesteld.
ƒ
Voor elk alarm kunnen gebruikers de volgende parameters vaststellen:
ƒ
De bron, ofwel de voorwaarde, die het alarm activeert
ƒ
De tekst van de melding die op het display moet verschijnen, als er sprake is van de-
ze voorwaarde
ƒ
De eigenschappen van het alarm (net zoals bij standaard alarmen), ofwel hoe het
alarm de besturing van de installatie beïnvloedt
ƒ
De voorwaarde die het alarm activeert, kan bijv. de overschrijding van een drempel-
waarde zijn. In dit geval zou de bron één van de LIMx-drempelwaardes zijn.
ƒ
Als het alarm daarentegen vanwege de activering van een externe digitale ingang
moet worden weergegeven, is de bron een INPx.
ƒ
Met hetzelfde criterium kunnen met een alarm ook complexe voorwaarden worden
gecombineerd die ontstaan uit de booleaanse logische verbinding van ingangen,
drempelwaardes etc. In dit geval worden de PLCx-variabelen gebruikt.
ƒ
Voor elk alarm heeft de gebruiker de mogelijkheid een vrij programmeerbaar bericht
te definiëren dat in het pop-upvenster van het alarm wordt weergegeven.
ƒ
Voor gebruikersalarmen kunnen dezelfde eigenschappen als voor normale alarmen
worden gedefinieerd. Het is daarom mogelijk te bepalen dat een bepaald alarm de
motor moet stoppen, de sirene moet activeren of de globale alarmuitgang moet
sluiten etc. Zie het hoofdstuk "Overzicht van de alarmen".
ƒ
Als er meerdere alarmen tegelijkertijd actief zijn, worden ze afwisselend getoond en
wordt het totale aantal getoond.
ƒ
Een alarm dat met een geheugen is geprogrammeerd, wordt via het betreffende me-
nu in het menu voor bevelen gereset.
ƒ
Zie het betreffende instellingsmenu voor het vaststellen van alarmen.
Om toegang te krijgen tot de programmering van parameters (setup), moet u de vol-
gende stappen uitvoeren:
1. Zet de schakelkast in de "MAN"-modus (met de sleutelschakelaar SA1 – de rode
led met het hangslotsymbool aan de voorkant brandt).
2. Druk vanuit de standaard meetweergave op
pen.
3. Selecteer het symbool voor de instellingen. Als het niet geactiveerd is (weergave in
grijs), moet het wachtwoord worden ingevoerd om te ontgrendelen.
4. Druk op
om het instellingsmenu op te roepen.
om het hoofdmenu op te roe-
WILO SE 2020-12
Inhoudsopgave
loading

Inhoudsopgave