3.
Bevestig de onderste rolbeugelconstructies
aan de bovenste rolbeugelconstructie met de 2
borstbouten, 2 veerringen, 2 borgmoeren (½")
en vouwpenconstructie
Figuur 5
1. Bovenste
rolbeugelconstructie
2. Borstbout
3. Golfring
4.
Uitsluitend voor machines met MyRide
ophanging:
Bevestig losjes de 2 eerder verwijderde
borgmoeren (½") aan de achterste schokbrekers
(Figuur
2).
5.
Draai de 2 borstbouten vast met een torsie van
122 tot 136 N·m.
Draai de 4 zeskantbouten (½" x 3¼") op de
onderste rolbeugelconstructies vast met een
torsie van 136 tot 149 N·m.
6.
Uitsluitend voor machines met MyRide
ophanging:
Draai de 2 borgmoeren (½") op de achterste
schokbrekers vast met een torsie van 110 tot
134 N·m.
7.
Bevestig de 4 eerder verwijderde
bolkopschroeven (5/16" x ¾") aan de
achterste beschermkappen
8.
Maak de minkabel van de accu vast.
(Figuur
5).
g361079
4. Vouwpenconstructie
(vouwpen, koordring en
borgpen)
5. Borgmoer (½")
6. Onderste
rolbeugelconstructie
™
™
(Figuur
1).
5