Stappen
1. Plaats de beeldschermeenheid op de palmsteun- en toetsenbordeenheid.
2. Lijn de schroefgaten op de beeldschermscharnieren uit met de schroefgaten op de palmsteun- en toetsenbordeenheid.
3. Plaats de vier schroeven (M2.5x4) terug waarmee het linkerbeeldschermscharnier aan de palmsteun- en toetsenbordeenheid wordt
bevestigd.
4. Leid de antennekabels door de geleiders aan de linkerrand van de palmsteun- en toetsenbordeenheid en door de opening aan de
rechterkant van de voedingsadapterpoort.
5. Plaats de vier schroeven (M2.5x4) terug waarmee het rechterbeeldschermscharnier aan de palmsteun- en toetsenbordeenheid wordt
bevestigd.
6. Leid de beeldschermkabel door de geleiders aan de rechterrand van de palmsteun- en toetsenbordeenheid en door de opening aan de
rand van de rechterkoelplaat.
7. Draai de computer om en plaats deze op een vlak en schoon oppervlak.
8. Leid de antennekabels door de geleiders op de ventilator.
9. Sluit de beeldschermkabel aan op de connector op de systeemkaart en sluit de vergrendeling.
10. Bevestig de tape waarmee de connectorvergrendeling van de beeldschermkabel op de systeemkaart wordt bevestigd.
11. Koppel de kabel voor de dynamische beeldschermschakelaar (DDS) op de systeemkaart.
OPMERKING:
Deze stap is alleen van toepassing op computers die met een beeldscherm van 165 Hz of 240 Hz worden
geleverd.
Vervolgstappen
1. Installeer de achterplaat.
2. Installeer de onderplaat.
3. Volg de procedure in
Nadat u in de computer hebt
gewerkt.
FRU's (op locatie te vervangen onderdelen) verwijderen en installeren
63