Hach TU5300 sc, TU5400 sc Handleiding

Specificaties

Specificaties kunnen zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd.

Specificatie Details
Meetmethode Nephelometrie met verstrooid licht dat wordt opgevangen onder een hoek van 90 graden op het invallende licht en 360 graden rondom de monsterfles
Primaire conformiteitsmethode DIN EN ISO 7027
Behuizing Materiaal: ASA Luran S 777K / RAL7000, TPE RESIN Elastocon STK40, Thermoplastisch Elastomeer TPS-SEBS (60 Shore) en roestvrij staal
IP-classificatie Elektronisch compartiment IP55; proceskop/automatische reinigingsmodule bevestigd aan het instrument en alle andere functionele eenheden IP651
Afmetingen (B x D x H) 268 x 249 x 190 mm (10,6 x 9,8 x 7,5 inch)
Gewicht Instrument met proceskop: 2,7 kg (6,0 lb); Instrument met de optionele automatische reinigingsmodule: 5,0 kg (11,0 lb)
Stroomvereisten 12 VDC (+2 V, –4 V), 14 VA
Beschermingsklasse III
Vervuilingsgraad 2
Overspanningscategorie II
Omgevingscondities Gebruik binnenshuis
Bedrijfstemperatuur 0 tot 50°C (32 tot 122°F)
Opslagtemperatuur –40 tot 60°C (–40 tot 140°F)
Vochtigheid 5 tot 95% relatieve vochtigheid, niet-condenserend
Lengte sensorkabel TU5x00 sc zonder automatische reinigingsmodule of flowsensor: 50 m (164 ft); TU5x00 sc met automatische reinigingsmodule: 10 m (33 ft)
Laser Laserproduct klasse 1: Bevat een laser klasse 1 die niet door de gebruiker kan worden gerepareerd.
Optische lichtbron 850 nm, maximaal 0,55 mW
Fittingen Monsterinlaat en -uitlaat: ¼-in. OD-slang (optionele slangadapter, ¼ in. naar 6 mm)
Hoogte Maximaal 2000 m (6562 ft)
Slangvereisten Polyethyleen, polyamide of polyurethaan slang. Gekalibreerd ¼ in. OD, +0,03 of –0,1 mm (+0,001 of –0,004 in.)
Meeteenheden TU5300 sc: NTU, FNU, TE/F, EBC of FTU; TU5400 sc: NTU, mNTU2, FNU, mFNU, TE/F, EBC, FTU of mFTU.
Bereik 0 tot 1000 NTU, FNU, TE/F en FTU; 0 tot 250 EBC
Methode detectielimiet 0,0001 FNU bij 25°C (77°F)
Reactietijd T90 < 30 seconden bij 100 mL/min
Signaal middeling TU5300 sc: 30–90 seconden TU5400 sc: 1–90 seconden
Nauwkeurigheid ± 2% of ± 0,01 FNU (de grootste waarde) van 0 tot 40 FNU
± 10% van de uitlezing van 40 tot 1000 FNU op basis van Formazine primaire standaard bij 25°C (77°F)
Lineariteit Beter dan 1% voor 0 tot 40 NTU op basis van Formazine primaire standaard bij 25°C (77°F).
Herhaalbaarheid TU5300 sc: 0,002 FNU of 1% (de grootste waarde) bij 25°C (77°F) ( > 0,025 FNU-bereik);
TU5400 sc: 0,0006 FNU of 1% (de grootste waarde) bij 25°C (77°F) ( > 0,025 FNU-bereik)
Strooiliсht < 0,01 FNU
Resolutie 0,0001 FNU (0,0001 tot 0,9999/1,000 tot 9,999/10,00 tot 99,99/100,0 tot 1000 FNU)
Standaard: TU5300 sc: 0,001 FNU en TU5400 sc: 0,0001 FNU
Luchtbelcompensatie Fysisch, mathematisch
Monstervereisten Temperatuur: 2 tot 60°C (35,6 tot 140°F)
Geleidbaarheid: maximaal 3000 µS/cm bij 25°C (77°F)
Debiet3: 100 tot 1000 mL/min; optimaal debiet: 200 tot 500 mL/min
Druk: maximaal 6 bar (87 psi) ten opzichte van lucht, monster van 2 tot 40°C (35,6 tot 104°F); maximaal 3 bar (43,5 psi) ten opzichte van lucht, monster van 40 tot 60°C (104 tot 140°F)
Kalibratieopties StablCal of Formazine: 1-puntskalibratie (20 FNU) voor meetbereik van 0 tot 40 FNU, 2-puntskalibratie (20 en 600 FNU) voor meetbereik van 0 tot 1000 FNU (volledig) of aangepaste 2- tot 6-puntskalibratie voor een meetbereik van 0 FNU tot het hoogste kalibratiepunt.
Verificatieopties Glazen verificatiestaaf (vaste secundaire standaard) ≤ 0,1 NTU, StablCal of Formazine
Verificatie (RFID of Link2SC) Verificatie van de meetwaarde door vergelijking van de proces- en labmetingen met RFID of Link2SC.
Certificeringen CE-conform; US FDA accession number: 1420492-xxx. Dit product voldoet aan IEC/EN 60825-1 en aan 21 CFR 1040.10 in overeenstemming met Laser Notice No. 50. Australian RCM.
Garantie 1 jaar (EU: 2 jaar)

1 Waterdruppels, plassen of stroompjes die het instrument niet beschadigen, kunnen zich in de binnenkant van de behuizing bevinden.
2 1 mNTU = 0,001 NTU
3 Voor de beste resultaten moet u het instrument gebruiken met een debiet van 200 mL/min wanneer de maximale deeltjesgrootte 20 µm is. Voor grotere deeltjes (maximaal 150 µm) is het beste debiet 350 tot 500 mL/min.

Algemene informatie

In geen geval is de fabrikant aansprakelijk voor directe, indirecte, speciale, incidentele schade of gevolgschade die voortvloeit uit een defect of weglating in deze handleiding. De fabrikant behoudt zich het recht voor om te allen tijde zonder kennisgeving of verplichting wijzigingen aan te brengen in deze handleiding en de producten die erin worden beschreven. Herzien versies zijn te vinden op de website van de fabrikant.

Productoverzicht


Chemische of biologische gevaren. Als dit instrument wordt gebruikt om een behandelingsproces en/of chemisch toevoersysteem te bewaken waarvoor wettelijke limieten en bewakingsvereisten gelden met betrekking tot de volksgezondheid, openbare veiligheid, fabricage of verwerking van voedsel of dranken, is het de verantwoordelijkheid van de gebruiker van dit instrument om alle toepasselijke voorschriften te kennen en na te leven en om voldoende en passende mechanismen te hebben om de toepasselijke voorschriften na te leven in het geval van een storing van het instrument.

Algemene informatie - Productoverzicht
Afbeelding 1 Productoverzicht

1 Programmeerbare knop 9 Flessencompartiment
2 Statusindicatielampje5 10 Overloopafvoer
3 RFID-module-indicator (optioneel) 11 Proceskop (open)
4 Schroeven deksel reiniging (3x) 12 Proceskop (gesloten)
5 Deksel reiniging 13 Kanalen voor kabels
6 Proceskop 14 Verlengingsconnector voor accessoires
7 Monsterinlaat 15 Sensorkabel
8 Monsteruitlaat

De TU5300 sc en de TU5400 sc troebelheidsmeters worden gebruikt met een SC-controller om troebelheid in het lage bereik te meten, voornamelijk in toepassingen met afgewerkt drinkwater. Zie Afbeelding 1.
De TU5300 sc en de TU5400 sc troebelheidsmeters meten verstrooid licht onder een hoek van 90° in een straal van 360° rond de as van de invallende lichtbundel.
Een optionele RFID-module en een optie voor automatische systeemcontrole zijn beschikbaar4. De RFID-module wordt weergegeven in Afbeelding 1. Met de RFID-module kunnen proces- en laboratoriummetingen van troebelheid eenvoudig worden vergeleken. Een beschrijving van de optie voor automatische systeemcontrole wordt gegeven in de uitgebreide gebruikershandleiding op de website van de fabrikant.
PROGNOSYS voorspellende diagnosetsoftware is beschikbaar voor de TU5300 sc en TU5400 sc troebelheidsmeters. Om PROGNOSYS te gebruiken, sluit u de troebelheidsmeter aan op een SC-controller met PROGNOSYS.
Instructievideo's zijn beschikbaar in het ondersteuningsgedeelte van de website van de fabrikant.
Voor de accessoires raadpleegt u de uitgebreide gebruikershandleiding op de website van de fabrikant.

4 De RFID-module en de optie voor automatische systeemcontrole zijn alleen beschikbaar op het moment van aankoop.

Productcomponenten

Zorg ervoor dat alle componenten zijn ontvangen. Zie Afbeelding 2. Als er items ontbreken of beschadigd zijn, neem dan onmiddellijk contact op met de fabrikant of een vertegenwoordiger.
Algemene informatie - Productcomponenten

1 TU5300 sc of TU5400 sc 6 Schroeven en ringen voor deksel reiniging voor warmwatertoepassingen
2 Wandmontagebeugel (twee slangklemmen op beugel) 7 Hulpmiddel voor flessenvervanging
3 Slangklemmen 8 Flowregelaar
4 Slangklemschroeven, 2,2 x 6 mm 9 Servicebeugel
5 Montageschroeven, 4 x 16 mm 10 Patroon droogmiddel

Installatie

Meerdere gevaren
Meerdere gevaren. Alleen gekwalificeerd personeel mag de taken uitvoeren die in dit gedeelte van het document worden beschreven.

Installatierichtlijnen

LET OP
Zorg ervoor dat er een vloerafvoer in de buurt van het instrument is. Controleer het instrument dagelijks op lekkage.

Elektrisch gevaar
Dit instrument is geschikt voor een hoogte van maximaal 3100 m (10.710 ft). Gebruik van dit instrument op een hoogte van meer dan 3100 m kan de kans op doorslag van de elektrische isolatie enigszins vergroten, wat kan leiden tot een risico op elektrische schokken. De fabrikant adviseert gebruikers met vragen contact op te nemen met de technische ondersteuning.

Installatieoverzicht

Afbeelding 3 toont het installatieoverzicht zonder accessoires en de benodigde vrije ruimte. Raadpleeg de uitgebreide handleiding op de website van de fabrikant voor het systeemoverzicht met alle accessoires.
Installatieoverzicht zonder accessoires

1 Servicebeugel 5 Sample-inlaat
2 Proceskop 6 Sample-uitlaat
3 SC controller 7 TU5300 sc of TU5400 sc
4 Debietregelaar

Wandmontage

Installeer het instrument verticaal op een muur. Installeer het instrument zodat het waterpas staat.

Installeren met de wandmontagebeugel

Installatie - Installeren met wandmontagebeugel
Raadpleeg de bovenstaande geïllustreerde stappen om het instrument met de wandmontagebeugel op een muur te installeren. De bevestigingsmaterialen om de wandmontagebeugel op een muur te installeren, worden door de gebruiker geleverd.

Als een 1720D, 1720E of FT660 instrument wordt vervangen, verwijder het instrument dan van de muur. Voer vervolgens stap 2 t/m 4 van de geïllustreerde stappen hieronder uit om het instrument op de bestaande hardware te installeren.

Opmerking: Wanneer de accessoires worden gebruikt, is de installatielocatie van de slangclips anders. Raadpleeg de documentatie die bij de accessoires is geleverd voor de installatie van de slangclips.

Direct op een muur installeren

Installatie - Direct op een muur installeren
Als alternatief kunt u de bovenstaande geïllustreerde stappen raadplegen om het instrument direct op een muur te installeren. De bevestigingsmaterialen worden door de gebruiker geleverd. Verwijder de dunne plastic folie van de montagegaten aan de achterkant van het instrument.

De patroon met droogmiddel installeren

LET OP
Zorg ervoor dat de patroon met droogmiddel is geïnstalleerd, anders raakt het instrument beschadigd.

Voltooi de onderstaande stappen voor de eerste installatie. Raadpleeg de documentatie die bij de patroon met droogmiddel is geleverd voor vervanging.
Installatie - De patroon met droogmiddel onderzoeken

1 Installeren vóór datum (mm.jjjj = maand en jaar) 2 Indicator (lichtblauw = niet verlopen, wit = verlopen) 3 Transportveiligheidsbescherming
  1. Kijk naar de installeren vóór datum op de verpakking. Raadpleeg Afbeelding 4. Niet gebruiken als de huidige datum na de installeren vóór datum ligt.
  2. Zorg ervoor dat de indicator op de nieuwe patroon met droogmiddel lichtblauw is. Raadpleeg Afbeelding 4.
  3. Installeer de nieuwe patroon met droogmiddel. Raadpleeg de geïllustreerde stappen die volgen.
    De patroon met droogmiddel installeren - Stap 1
    De patroon met droogmiddel installeren - Stap 2

De schroeven van het reinigingsdeksel vervangen

LET OP
Draai de schroeven niet te vast, anders breken ze. Draai de schroeven met de hand vast

Brandgevaar
Als de sampletemperatuur 40 tot 60 °C (104 tot 140 °F) is, worden de schroeven van het reinigingsdeksel heet. Om brandwonden te voorkomen, vervangt u de standaard schroeven van het reinigingsdeksel door de schroeven en ringen van het reinigingsdeksel voor heet water. Raadpleeg Afbeelding 1 voor de locatie van de schroeven van het reinigingsdeksel.

De servicebeugel installeren

De servicebeugel houdt de proceskop (of de optionele automatische reinigingsmodule) vast wanneer deze niet op het instrument is geïnstalleerd.

Installatie - De servicebeugel installeren
Raadpleeg Installatieoverzicht om de servicebeugel op de juiste afstand van het instrument te installeren. Raadpleeg de bovenstaande geïllustreerde stappen om de servicebeugel te installeren.

De debietsensor installeren

(Optioneel)
De optionele debietsensor geeft aan of het sample-debiet binnen de specificaties valt. Een waarschuwing wordt weergegeven op het scherm van de controller en het statusindicatielampje wanneer er een waarschuwing voor geen debiet, laag debiet of hoog debiet optreedt.
Installeer de optionele debietsensor. Raadpleeg de documentatie die bij de optionele debietsensor is geleverd.

De automatische reinigingsmodule installeren

(Optioneel)
De automatische reinigingsmodule reinigt de binnenkant van de procesfles met een geselecteerd tijdsinterval. Installeer de optionele automatische reinigingsmodule. Raadpleeg de documentatie die bij de automatische reinigingsmodule is geleverd.

Aansluiten op een SC controller

Voorzichtig
Risico op persoonlijk letsel. Kijk niet in het flessencompartiment wanneer het instrument op de stroom is aangesloten.

Voorzorgsmaatregel voor aansluiting op een SC controller

  1. Download de nieuwste softwareversie van www.hach.com. Installeer de nieuwste softwareversie op de SC controller voordat het instrument op de SC controller wordt aangesloten.
    Raadpleeg de software-installatie-instructies in de doos of in de softwaredownload voor de SC controller.
  2. Schakel de stroom naar de SC controller uit.
  3. Sluit de sensorkabel aan op de snelkoppelingsfitting van de SC controller. Raadpleeg Afbeelding 5. Bewaar de connectorafdekking voor later gebruik.
    Installatie - Aansluiten op een SC controller
  4. Schakel de stroom naar de SC controller in.
    De SC controller zoekt naar het instrument.
  5. Wanneer de SC controller het instrument heeft gevonden, drukt u op enter (enter).
    Op het hoofdscherm toont de controller de troebelingswaarde die door de troebelingsmeter is gemeten.

Leidingen

Het instrument aansluiten

Waarschuwing
Explosiegevaar. Zorg ervoor dat de afvoerslang vrij is van alle obstructies. Als de afvoerslang een verstopping heeft of is afgekneld of gebogen, kan er een hoge druk in het instrument ontstaan.

brandgevaarWaarschuwingbrandgevaar
Risico op persoonlijk letsel. De sampleleiding bevat water onder hoge waterdruk dat de huid kan verbranden als het heet is. Gekwalificeerd personeel moet de waterdruk verwijderen en persoonlijke beschermingsmiddelen dragen tijdens deze procedure.

LET OP
Laat geen water in het flessencompartiment komen, anders raakt het instrument beschadigd. Voordat de proceskop op het instrument wordt geïnstalleerd, moet u ervoor zorgen dat er geen waterlekkage is. Zorg ervoor dat alle slangen volledig zijn geplaatst. Zorg ervoor dat de flessenmoer vastzit. De volledige waterdruk moet op het systeem staan, de waterstroom is ingeschakeld en er is geen waterlekkage op de glazen fles te zien.

LET OP
Houd de automatische reinigingsmodule verticaal vast wanneer deze op het instrument is geïnstalleerd, anders kan de fles breken. Als de fles breekt, komt er water in het flessencompartiment en raakt het instrument beschadigd.

LET OP
Voordat het instrument wordt aangesloten, moet u ervoor zorgen dat de patroon met droogmiddel en de fles zijn geïnstalleerd.

LET OP
Afhankelijk van de omgevingsomstandigheden is het noodzakelijk om minimaal 15 minuten te wachten om het systeem te laten stabiliseren.

Items die door de gebruiker worden geleverd:

  • Afsluiter
  • Slang6
  • Slangsnijder

6 Raadpleeg Specificaties voor de slangeisen.

  1. Sluit het instrument aan. Raadpleeg de geïllustreerde stappen die volgen en Afbeelding 6.
    Opmerking: Om het instrument met accessoires aan te sluiten, raadpleegt u de documentatie die bij de accessoires is geleverd.
    Opmerking: Gebruik de ondoorzichtige slangaccessoire van HACH om bacteriegroei te voorkomen.
    Installatie - Het instrument aansluiten
1 Servicebeugel 4 Debietregelaar
2 Sample-inlaat 5 Afsluiter
3 Sample-uitlaat

Het instrument aansluiten - Stap 1
Het instrument aansluiten - Stap 2

Het debiet instellen

  1. Meet het debiet met de debietregelaar volledig open. Zorg ervoor dat het debiet zich in het midden van de debietspecificatie bevindt. Raadpleeg Specificaties
  2. Sluit de debietregelaar langzaam totdat het debiet met 20 tot 30% is afgenomen.
    Opmerking: De debietregelaar veroorzaakt tegendruk in de slang en vermindert de hoeveelheid bellen die zich in de fles kunnen vormen.

Gebruikersnavigatie

Raadpleeg de documentatie van de controller voor de beschrijving van het toetsenpaneel en de navigatie-informatie.
Druk meerdere keren op de RIGHT (RECHTS)-pijltoets op de controller om meer informatie op het startscherm weer te geven en een grafische weergave weer te geven.

Bediening

Raadpleeg de uitgebreide gebruikershandleiding op de website van de fabrikant om de instrumentinstellingen te configureren en proces- en labmetingen te vergelijken.

Kalibratie

Waarschuwing
Gevaar voor blootstelling aan chemicaliën. Houd u aan de veiligheidsprocedures in het laboratorium en draag alle persoonlijke beschermingsmiddelen die geschikt zijn voor de chemicaliën waarmee wordt gewerkt. Raadpleeg de actuele veiligheidsinformatiebladen (VIB/SDS) voor veiligheidsprotocollen.

Het instrument is in de fabriek gekalibreerd en de laserlichtbron is stabiel. De fabrikant raadt aan om periodiek een kalibratieverificatie uit te voeren om er zeker van te zijn dat het systeem naar behoren werkt. De fabrikant raadt kalibratie aan zoals vereist door lokale voorschriften en na reparaties of uitgebreide onderhoudswerkzaamheden.

Gebruik het optionele kalibratiedeksel en een fles(sen) met een StablCal standaard of Formazin-standaard om het instrument te kalibreren. Raadpleeg de documentatie van het kalibratiedeksel voor meer kalibratieprocedures met en zonder RFID-flessen, 1-punts en 2-punts kalibraties. Als alternatief kunt u een spuit en een StablCal-standaard of Formazin-standaard gebruiken om het instrument te kalibreren.

Verificatie

Gebruik het optionele kalibratiedeksel en een verzegelde 10-NTU StablCal standaardfles (of een StablCal 10 NTU-standaard en een spuit) om een primaire kalibratieverificatie uit te voeren. Als alternatief kunt u het optionele kalibratiedeksel en de optionele glazen verificatiestaaf (< 0,1 NTU) gebruiken om een secundaire kalibratieverificatie in het lagere troebelingsbereik uit te voeren.

Onderhoud

Brandgevaar
Brandgevaar. Houd u aan de veiligheidsprocedures bij contact met hete vloeistoffen.

Voorzichtig
Meerdere gevaren. Alleen gekwalificeerd personeel mag de taken uitvoeren die in dit gedeelte van het document worden beschreven.

Voorzichtig
Gevaar voor persoonlijk letsel. Verwijder nooit afdekkingen van het instrument. Dit is een instrument op laserbasis en de gebruiker loopt het risico op letsel bij blootstelling aan de laser.

Voorzichtig
Gevaar voor persoonlijk letsel. Glazen onderdelen kunnen breken. Hanteer voorzichtig om snijwonden te voorkomen.

LET OP
Demonteer het instrument niet voor onderhoud. Neem contact op met de fabrikant als de interne onderdelen moeten worden gereinigd of gerepareerd.

LET OP
Stop de monstertoevoer naar het instrument en laat het instrument afkoelen voordat u onderhoud uitvoert.

Om het uitgangsgedrag tijdens onderhoud in te stellen, drukt u op menu en selecteert u SENSOR SETUP>TU5x00 sc>DIAG/TEST>MAINTENANCE>OUTPUT MODE.

Onderhoudsschema

Tabel 2 toont het aanbevolen schema van onderhoudstaken. De vereisten van de faciliteit en de bedrijfsomstandigheden kunnen de frequentie van sommige taken verhogen.

Tabel 2 Onderhoudsschema

Taak 1 tot 3 maanden 1 tot 2 jaar Indien nodig

Reinig de vial

Opmerking: Het reinigingsinterval is afhankelijk van de waterkwaliteit.

X
Reinig het vialcompartiment X
Vervang de vial X

Vervang de patroon met droogmiddel

Opmerking: Het vervangingsinterval is afhankelijk van de omgevingsvochtigheid, omgevingstemperatuur en monstertemperatuur.

X7
Vervang de slangen X

7 Twee jaar of zoals aangegeven door de instrumentmelding.

Gemorste vloeistoffen opruimen

Voorzichtig
Gevaar voor blootstelling aan chemicaliën. Gooi chemicaliën en afvalstoffen weg in overeenstemming met de lokale, regionale en nationale voorschriften.

  1. Houd u aan alle veiligheidsprocedures van de faciliteit voor het beheersen van gemorste vloeistoffen.
  2. Gooi het afval weg in overeenstemming met de toepasselijke voorschriften.

Het instrument reinigen

LET OP
Gebruik geen oplosmiddelen om het instrument te reinigen.

Het instrument is onderhoudsvrij. Regelmatige reiniging is niet nodig voor een normale werking. Als de buitenkant van het instrument vuil wordt, veegt u de oppervlakken van het instrument af met een schone, vochtige doek.

De vial reinigen

Waarschuwing
Gevaar voor blootstelling aan chemicaliën. Neem de veiligheidsprocedures van het laboratorium in acht en draag alle persoonlijke beschermingsmiddelen die geschikt zijn voor de chemicaliën die worden gehanteerd. Raadpleeg de actuele veiligheidsinformatiebladen (VIB/SDS) voor veiligheidsprotocollen.

Wanneer de troebelingswaarde aangeeft dat er sprake is van verontreiniging in de procesvial of "VIAL CLARITY" op het display van de controller verschijnt, reinigt u de vial.

  1. Druk op menu.
  2. Selecteer SENSOR SETUP>TU5x00 sc>DIAG/TEST>MAINTENANCE>VIAL CLEANING.
  3. Voltooi de stappen die op het display van de controller worden weergegeven. Het instrument slaat automatisch de datum van het reinigingsproces op nadat het laatste scherm is weergegeven.
  4. Als de optionele automatische reinigingsmodule is geïnstalleerd, drukt u op menu en selecteert u SETUP>TU5x00 sc>START WIPE om het automatische reinigingsproces te starten.
  5. Als de optionele automatische reinigingsmodule niet is geïnstalleerd, reinigt u de vial met de handmatige vialwisser.

LET OP
Verwijder voorzichtig het meeste water in de vial. Plaats de vialwisser voorzichtig in de procesvial, zodat er geen water uitstroomt.

Reinig de procesvial met de handmatige vialwisser zoals weergegeven in de geïllustreerde stappen die volgen.
De vial reinigen - Stap 1
De vial reinigen - Stap 2

Een chemische vialreiniging uitvoeren
Als de troebelingswaarden niet terugkeren naar de oorspronkelijke waarden, voert u de geïllustreerde stappen uit die volgen om de vial te reinigen.
Opmerking: Houd de outputwaarden van de SC-controller zo nodig vast voordat de geïllustreerde stappen worden uitgevoerd. Raadpleeg de documentatie van de SC-controller om de outputs vast te houden.
Chemische vialreiniging - Stap 1
Chemische vialreiniging - Stap 2

Het vialcompartiment reinigen

Reinig het vialcompartiment alleen wanneer het compartiment verontreiniging bevat. Zorg ervoor dat het hulpmiddel om het vialcompartiment te reinigen een zacht oppervlak heeft en het instrument niet beschadigt. Tabel 3 en Figuur 7 tonen de opties voor het reinigen van het vialcompartiment.
Opties voor het reinigen van het vialcompartiment

Tabel 3 Reinigingsopties

Verontreiniging Opties
Stof Vialcompartimentwisser, microvezeldoek, pluisvrije doek
Vloeistof, olie Doek, water en reinigingsmiddel

De vial vervangen

LET OP
Houd water uit het vialcompartiment, anders treedt er schade aan het instrument op. Voordat de automatische reinigingsmodule op het instrument wordt geïnstalleerd, moet u ervoor zorgen dat er geen waterlekken zijn. Zorg ervoor dat alle slangen volledig zijn geplaatst. Zorg ervoor dat de groene O-ring op zijn plaats zit om de vial af te dichten. Zorg ervoor dat de vialmoer goed vastzit.

LET OP
Houd de automatische reinigingsmodule verticaal wanneer deze op het instrument is geïnstalleerd, anders kan de vial breken. Als de vial breekt, komt er water in het vialcompartiment en treedt er schade aan het instrument op.

LET OP
Raak het glas van de procesvial niet aan en bekrast het niet. Verontreiniging of krassen op het glas kunnen meetfouten veroorzaken.

LET OP
Afhankelijk van de omgevingsomstandigheden is het noodzakelijk om minimaal 15 minuten te wachten om het systeem te laten stabiliseren.

Opmerking: Zorg ervoor dat er geen deeltjes in het vialcompartiment vallen.

  1. Druk op menu.
  2. Selecteer SENSOR SETUP>[select analyzer]>DIAG/TEST>MAINTENANCE>VIAL REPLACEMENT.
  3. Voltooi de stappen die op het display van de controller worden weergegeven. De datum waarop de vial is vervangen, wordt automatisch opgeslagen nadat het laatste scherm is weergegeven.
    Raadpleeg de geïllustreerde stappen die volgen om de vial te vervangen. Om de nieuwe vial te beschermen tegen verontreiniging, gebruikt u het vialvervangingsgereedschap om de vial te installeren.
    Plaats bij geïllustreerde stap 3 de proceskop op zijn kant op een vlakke ondergrond als er geen servicebeugel in de buurt van het instrument is geïnstalleerd.
    De vial vervangen - Stap 1
    De vial vervangen - Stap 2
    De vial vervangen - Stap 3

De patroon met droogmiddel vervangen

Het display van de controller geeft aan wanneer een patroon met droogmiddel moet worden vervangen. Raadpleeg de documentatie in de zak met de patroon met droogmiddel om de patroon met droogmiddel te vervangen.

De slangen vervangen

Vervang de slangen wanneer de slangen verstopt of beschadigd zijn.
Draai de afsluiter van de doorstroming om de doorstroming naar het instrument te stoppen. Raadpleeg vervolgens Het instrument aansluiten om de slangen te vervangen.

Probleemoplossing

Herinneringen

Herinneringen worden op het scherm van de controller weergegeven. Om alle herinneringen te bekijken, drukt u op menu en selecteert u DIAGNOSTICS>TU5x00 sc>REMINDER.

Bericht Beschrijving Oplossing
DRYER RANGE De capaciteit van de droogpatroon is laag. Vervang de droogpatroon. Raadpleeg de documentatie die bij de droogpatroon is geleverd.
PERFORM CAL Er moet een kalibratie worden uitgevoerd. Voer een kalibratie uit. Zie Kalibratie.
PERFORM VER Er moet een verificatie worden uitgevoerd. Voer een verificatie uit. Zie Verificatie.
WIPER REPLACE Er moet een wisser worden vervangen in de automatische reinigingsmodule. Vervang de wisser in de automatische reinigingsmodule. Raadpleeg de documentatie die bij de automatische reinigingsmodule is geleverd om de wisser te vervangen.

Waarschuwingen

Waarschuwingen worden op het scherm van de controller weergegeven. Om alle actieve waarschuwingen te bekijken, drukt u op menu en selecteert u DIAGNOSTICS>TU5x00 sc>WARNING LIST.

Waarschuwing Beschrijving Oplossing
CLEANING MODULE De automatische reinigingsmodule werkt niet correct. Zorg ervoor dat de wiskop correct is geïnstalleerd en dat de wisarm op en neer kan bewegen.
DESICCANT OLD De droogpatroon is meer dan 2 jaar oud. Vervang de droogpatroon. Raadpleeg de documentatie die bij de droogpatroon is geleverd.
DRYER EXHAUS'D De levensduur van de droogpatroon is nul. Vervang de droogpatroon. Raadpleeg de documentatie die bij de droogpatroon is geleverd.
HIGH FLOW Het debiet is hoger dan de limiet (meer dan 1250 ml/min). Stel de debietregelaar indien nodig af. Zorg ervoor dat de debietregelaar geen storing vertoont.
HUM PCB SC Er is vocht op de interne elektronica van het instrument. Neem contact op met de technische ondersteuning. Metingen met beperkte geldigheid zijn nog steeds beschikbaar.
LASER-TEMP HIGH De lasertemperatuur is hoger dan de limiet. Verlaag de omgevingstemperatuur van het instrument.
LASER-TEMP SENS De lasertemperatuursensor heeft een storing. Neem contact op met de technische ondersteuning. Metingen met beperkte geldigheid zijn nog steeds beschikbaar.
LOW FLOW Het debiet is lager dan de limiet (minder dan 75 ml/min). Onderzoek de slangen op verstoppingen die het debiet verminderen. Verwijder de verstoppingen.
Stel de debietregelaar indien nodig af. Zorg ervoor dat de debietregelaar geen storing vertoont.
NO FLOW Het debiet is minder dan 10 ml/min. Onderzoek de slangen op verstoppingen die de stroom stoppen. Verwijder de verstoppingen.
NOT DRYING Het instrument kan de interne vochtigheid niet reguleren. Vervang de droogpatroon. Raadpleeg De droogpatroon vervangen. Als de fout zich blijft voordoen, neem dan contact op met de technische ondersteuning. Metingen met beperkte geldigheid zijn nog steeds beschikbaar.
PUMP De luchtpomp voor het droogcircuit heeft een storing. Neem contact op met de technische ondersteuning. Metingen met beperkte geldigheid zijn nog steeds beschikbaar.
SENS.DRY: FUNC Het luchtsysteem van het droogsysteem heeft een storing. Neem contact op met de technische ondersteuning. Metingen zijn nog steeds beschikbaar, maar de levensduur van de droogpatroon is korter.
TURB TOO HIGH De troebelingswaarde ligt niet binnen het kalibratiebereik. Zorg ervoor dat het geselecteerde kalibratiebereik van toepassing is op de troebelingswaarde van het monster.
WIPER REPLACE Er moet een wisser worden vervangen in de automatische reinigingsmodule. Vervang de wisser in de automatische reinigingsmodule. Raadpleeg de documentatie die bij de automatische reinigingsmodule is geleverd om de wisser te vervangen.
VIAL CLARITY Het flesje of het flaconcompartiment is vuil. Reinig of droog het flesje en het flaconcompartiment.

Fouten

Fouten worden op het scherm van de controller weergegeven. Om alle actieve fouten te bekijken, drukt u op menu en selecteert u DIAGNOSTICS>TU5x00 sc>ERROR LIST.

Fout Beschrijving Oplossing
AUTOCHK. NO FUNC De automatische systeemcontrole is niet voltooid. Neem contact op met de technische ondersteuning.
CLEANING MODULE De automatische reinigingsmodule heeft een storing. Neem contact op met de technische ondersteuning.
EE RSRVD ERR Er is een probleem met het interne geheugen. Neem contact op met de technische ondersteuning.
FLASH FAIL Het interne kalibratiegeheugen is beschadigd. Neem contact op met de technische ondersteuning.
HUMIDITY PCB Er is vocht of water in het instrument. Neem contact op met de technische ondersteuning.
LASER TOO LOW De laser heeft een storing. Neem contact op met de technische ondersteuning.
MEAS ELECTRONIC Er is een meetfout. Er is een probleem in de elektronica-eenheid. Neem contact op met de technische ondersteuning.
PROC HEAD OPEN De proceskop staat in de open positie of de proceskopdetector heeft een storing. Draai de proceskop in de gesloten positie.
TURB TOO HIGH De troebelingswaarde is hoger dan het meetbereik van het instrument (maximaal 1000 FNU). Zorg ervoor dat de troebelingswaarde van het monster binnen het meetbereik van het instrument ligt.
VIAL PRESENT Er zit geen flesje in het flaconcompartiment. Plaats een flesje in het flaconcompartiment.
VIAL CLARITY Het flesje of het flaconcompartiment is vuil. Reinig of droog het flesje en het flaconcompartiment.
WATER INGRESS8 Er zit water in het instrument.

Stop onmiddellijk de toevoer naar het instrument. Koppel de sensorkabel los.

De droogpatroon kan heet worden. Raak de droogpatroon pas aan en verwijder deze pas als deze op kamertemperatuur is.

8 Waterdruppels, plassen of geultjes die het instrument niet beschadigen, kunnen zich in het inwendige van de behuizing bevinden.

Veiligheidsinformatie

De fabrikant is niet verantwoordelijk voor schade als gevolg van verkeerde toepassing of misbruik van dit product, inclusief, maar niet beperkt tot, directe, incidentele schade en gevolgschade, en wijst dergelijke schade af voor zover dit is toegestaan onder de toepasselijke wetgeving. De gebruiker is als enige verantwoordelijk voor het identificeren van kritieke toepassingsrisico's en het installeren van de juiste mechanismen om processen te beschermen tijdens een mogelijke storing van de apparatuur.

Lees deze hele handleiding voordat u deze apparatuur uitpakt, installeert of bedient. Besteed aandacht aan alle gevaren- en voorzichtigheidswaarschuwingen. Als u dit niet doet, kan dit leiden tot ernstig letsel bij de bediener of schade aan de apparatuur.

Zorg ervoor dat de bescherming die deze apparatuur biedt niet wordt aangetast. Gebruik of installeer deze apparatuur niet op een andere manier dan beschreven in deze handleiding.

Gebruik van gevareninformatie


Duidt op een potentieel of onmiddellijk gevaarlijke situatie die, indien niet vermeden, zal leiden tot de dood of ernstig letsel.


Duidt op een potentieel of onmiddellijk gevaarlijke situatie die, indien niet vermeden, kan leiden tot de dood of ernstig letsel.


Duidt op een potentieel gevaarlijke situatie die kan leiden tot licht of matig letsel.

LET OP
Duidt op een situatie die, indien niet vermeden, schade aan het instrument kan veroorzaken. Informatie die speciale nadruk vereist.

Voorzorgsmaatregelen

Lees alle labels en etiketten die aan het instrument zijn bevestigd. Persoonlijk letsel of schade aan het instrument kan optreden als ze niet worden opgevolgd. Een symbool op het instrument wordt in de handleiding vermeld met een voorzorgsmaatregel.

voorzichtig Dit symbool, indien vermeld op het instrument, verwijst naar de handleiding voor bedienings- en/of veiligheidsinformatie.
Dit symbool geeft de noodzaak aan van een beschermende bril.
Dit symbool geeft aan dat er een laserapparaat in de apparatuur wordt gebruikt.
brandgevaar Dit symbool geeft aan dat het gemarkeerde item heet kan zijn en niet zonder zorg mag worden aangeraakt.
Dit symbool identificeert een risico op chemische schade en geeft aan dat alleen personen die gekwalificeerd en opgeleid zijn om met chemicaliën te werken, chemicaliën mogen hanteren of onderhoud mogen uitvoeren aan chemische toevoersystemen die aan de apparatuur zijn gekoppeld.
Dit symbool geeft radiogolven aan.

Laserproduct van klasse 1


Gevaar voor persoonlijk letsel. Verwijder nooit de afdekkingen van het instrument. Dit is een op laser gebaseerd instrument en de gebruiker loopt het risico op letsel als hij wordt blootgesteld aan de laser.

Laserproduct van klasse 1, IEC60825-1:2014, 850 nm, maximaal 0,55 mW
Locatie: Achterkant van het instrument.
Voldoet aan de Amerikaanse voorschriften 21 CFR 1040.10 en 1040.11 in overeenstemming met Laser Notice No. 50.
Locatie: Achterkant van het instrument.

Dit instrument is een laserproduct van klasse 1. Er is onzichtbare laserstraling wanneer het instrument defect is en wanneer het deksel van het instrument open is. Dit product voldoet aan EN 61010-1, "Veiligheidseisen voor elektrische apparatuur voor meting, besturing en laboratoriumgebruik" en aan IEC/EN 60825-1, "Veiligheid van laserproducten" en aan 21 CFR 1040.10 in overeenstemming met Laser Notice No. 50. Raadpleeg de etiketten op het instrument die laserinformatie verstrekken.

RFID-module

Instrumenten met de optionele RFID-module ontvangen en verzenden informatie en gegevens. De RFID-module werkt met een frequentie van 13,56 MHz.
RFID-technologie is een radiotoepassing. Radiotoepassingen zijn onderworpen aan nationale vergunningsvoorwaarden. Het gebruik van instrumenten met de optionele RFID-module is momenteel toegestaan in de volgende regio's:
EU-landen (Europese Unie), EVA-landen (Europese Vrijhandelsassociatie), Turkije, Servië, Macedonië, Australië, Canada, VS, Chili, Ecuador, Venezuela, Mexico, Brazilië, Zuid-Afrika, India, Singapore, Argentinië, Colombia, Peru en Panama
Het gebruik van instrumenten met de optionele RFID-module buiten de bovengenoemde regio's kan in strijd zijn met de nationale wetgeving. De fabrikant behoudt zich het recht voor om ook in andere landen toestemming te krijgen. Neem bij twijfel contact op met de fabrikant.

Veiligheidsinformatie voor RFID-modules


Meerdere gevaren. Haal het instrument niet uit elkaar voor onderhoud. Als de interne componenten moeten worden gereinigd of gerepareerd, neem dan contact op met de fabrikant.


Gevaar voor elektromagnetische straling. Gebruik het instrument niet in gevaarlijke omgevingen.

LET OP
Dit instrument is gevoelig voor elektromagnetische en elektromechanische storing. Deze storingen kunnen van invloed zijn op de analyseprestaties van dit instrument. Plaats dit instrument niet in de buurt van apparatuur die storing kan veroorzaken

Neem de volgende veiligheidsinformatie in acht om het instrument te bedienen in overeenstemming met lokale, regionale en nationale vereisten.

  • Gebruik het instrument niet in ziekenhuizen en soortgelijke instellingen of in de buurt van medische apparatuur, zoals pacemakers of gehoorapparaten.
  • Gebruik het instrument niet in de buurt van licht ontvlambare stoffen, zoals brandstoffen, licht ontvlambare chemicaliën en explosieven.
  • Gebruik het instrument niet in de buurt van brandbare gassen, dampen of stof.
  • Houd het instrument uit de buurt van sterke trillingen of schokken.
  • Het instrument kan storing veroorzaken in de directe nabijheid van televisies, radio's en computers.
  • De garantie dekt geen oneigenlijk gebruik of slijtage.

HACH COMPANY World Headquarters
P.O. Box 389, Loveland, CO 80539-0389 U.S.A.
Tel. (970) 669-3050
(800) 227-4224 (alleen U.S.A.)
Fax (970) 669-2932
orders@hach.com
www.hach.com

HACH LANGE GMBH
Willstätterstraße 11
D-40549 Düsseldorf, Germany
Tel. +49 (0) 2 11 52 88-320
Fax +49 (0) 2 11 52 88-210
info-de@hach.com
www.de.hach.com

HACH LANGE Sàrl
6, route de Compois 1222 Vésenaz
SWITZERLAND
Tel. +41 22 594 6400
Fax +41 22 594 6499

Referenties

Download handleiding

Hier kunt u de volledige pdf-versie van de handleiding downloaden. Deze kan aanvullende veiligheidsinstructies, garantie-informatie, FCC-regels, enz. bevatten.

Download Hach TU5300 sc, TU5400 sc Handleiding

Beschikbare talen

Inhoudsopgave