Transport van de machine
Gebruik een aanhanger of vrachtwagen voor zwaar
vervoer om de machine te transporteren. Zorg ervoor dat
de aanhanger of vrachtwagen is voorzien van alle
benodigde verlichting en aanduidingen die wettelijk
vereist zijn. Lees aandachtig alle veiligheidsinstructies.
Met behulp van deze informatie kunt u letsel van uw
gezinsleden, omstanders, dieren en uzelf voorkomen.
De machine transporteren:
• Vergrendel de rem en blokkeer de wielen.
• Zet de machine goed vast op de aanhanger of de
vrachtwagen met behulp van riemen, kettingen, kabels
of touwen.
• Bevestig een aanhanger aan het sleepvoertuig met
veiligheidskettingen.
Zijafvoer of fijnmaken van gras
Het maaidek is uitgerust met een scharnierende grasgeleider,
die het maaisel zijwaarts en omlaag naar het gazon afvoert.
Gevaar
Zonder aangebrachte grasgeleider, afvoerafsluiter
of complete grasvanger kunnen u of anderen in
aanraking met het maaimes of uitgeworpen
voorwerpen komen. Contact met draaiende
maaimes(sen) en uitgeworpen voorwerpen kan
lichamelijk letsel of de dood veroorzaken.
• Verwijder de grasgeleider nooit van het
maaidek omdat hiermee het maaisel wordt
afgevoerd naar het gazon. Een beschadigde
grasgeleider moet direct worden vervangen.
• Steek nooit handen of voeten onder het
maaidek.
• Probeer nooit de omgeving van de
afvoeropening of de maaimessen te reinigen
zonder dat u eerst de bedieningsstang hebt
losgelaten en de aftakas is uitgeschakeld. Draai
het contactsleuteltje op Uit. Verwijder tevens
het sleuteltje en trek de kabel van de bougie(s).
De maaihoogte instellen
De maaihoogte kan worden ingesteld van 25 tot 114 mm
in stappen van 6 mm. U kunt de maaihoogte instellen door
vier R-pennen in verschillende openingen te plaatsen en
afstandsstukken toe te voegen of te verwijderen.
Opmerking: Alle maaihoogtepennen hebben minstens
één afstandsstuk nodig, omdat er anders schade kan
ontstaan aan een lagerbus.
Opmerking: Per maaihoogtepen kunt u maximaal twee
afstandsstukken gebruiken.
1. Kies de opening in de maaihoogtepen en het aantal
afstandsstukken die nodig zijn voor de gewenste
maaihoogtestand (Fig. 22).
2. Licht de zijkant van het maaidek en verwijder de
R-pen (Fig. 22).
3. Indien nodig moet u afstandsstukken toevoegen of
verwijderen en daarna de openingen op één lijn
brengen en de R-pen plaatsen (Fig. 22).
Opmerking: Reserve-afstandsstukken voor de
maaihoogte kunt u bewaren op pennen en vastzetten met
een R-pen.
Belangrijk
Alle vier R-pennen moeten in dezelfde
gaten zitten zodat het gras gelijk wordt gemaaid.
5
1
2
Figuur 22
1. Draagframe
2. R-pen
3. Voorste maaihoogtepen
24
3
4
1
4
2
m–6365
4. Afstandsstukken
5. Achterste maaihoogtepen