Figuur 27
1. Zijkant bedieningspaneel
2. Omloopklep
Zijafvoer gebruiken
Het maaidek is uitgerust met een scharnierende
grasgeleider, die het maaisel zijwaarts en omlaag naar
het gazon afvoert.
Zonder aangebrachte grasgeleider,
afvoerafsluiter of complete grasvanger
kunnen u of anderen in aanraking met het
maaimes of uitgeworpen voorwerpen komen.
Contact met een draaiend maaimes en
uitgeworpen voorwerpen kan lichamelijk of
dodelijk letsel veroorzaken.
• Verwijder de grasgeleider nooit van het
maaidek omdat hiermee het maaisel wordt
afgevoerd naar het gazon. Een beschadigde
grasgeleider moet direct worden vervangen.
• Steek nooit handen of voeten onder het
maaidek.
• Probeer nooit het afvoersysteem of de
maaimessen te reinigen zonder eerst de
aftakas uit te schakelen, het contactsleuteltje
op Uit te draaien en dit te verwijderen.
• Controleer of de grasgeleider omlaag staat.
Transport van de machine
Gebruik een aanhanger of vrachtwagen voor zwaar
vervoer om de machine te transporteren. Zorg ervoor
dat de aanhanger of vrachtwacht is voorzien van alle
benodigde verlichting en aanduidingen die wettelijk
vereist zijn. Lees aandachtig alle veiligheidsinstructies.
3. Hydraulische pompen
Met behulp van deze informatie kunt u letsel van uw
gezinsleden, omstanders, dieren en uzelf voorkomen.
De machine transporteren:
• Vergrendel de rem en blokkeer de wielen.
• Zet de machine goed vast op de aanhanger of de
vrachtwagen met behulp van riemen, kettingen,
kabels of touwen.
• Bevestig een aanhanger aan het sleepvoertuig met
veiligheidskettingen.
Deelname aan het wegverkeer zonder
richtingaanwijzers, verlichting, reflectoren
of een bord met de aanduiding "Langzaam
rijdend voertuig", is gevaarlijk en kan leiden tot
ongelukken die lichamelijk letsel veroorzaken.
Rijd niet met de machine op de openbare weg.
Machine inladen
Ga zeer voorzichtig te werk als u een maaimachine
op een aanhanger of een vrachtwagen laadt. Wij
adviseren u gebruik te maken van een hellingbaan die
de volle breedte van de machine beslaat en zo breed
is dat deze uitsteekt voorbij de achterwielen in plaats
van afzonderlijke oprijplaten voor elke kant van de
maaimachine (Figuur 28). Het lagere achterdeel van het
frame steekt tussen de achterwielen naar achteren uit
en moet voorkomen dat de machine achterover kiept.
Een hellingbaan die zich over de volle breedte uitstrekt,
geeft de onderdelen van het frame een oppervlak
dat steun biedt als de machine achterover dreigt te
kiepen. Als het niet mogelijk is een brede hellingbaan te
gebruiken, moet u voldoende afzonderlijke oprijplaten
gebruiken om een complete hellingbaan afdoende te
kunnen vervangen.
De hellingbaan moet zo lang zijn dat de hoek van de
hellingbaan met de grond niet groter is dan 15 graden
(Figuur 28). Een steilere hoek kan ertoe leiden dat
onderdelen van het maaidek blijven haken als de
machine van de hellingbaan naar de aanhanger of de
vrachtwagen rolt. Steilere hoeken kunnen ook tot
gevolg hebben dat de machine achteroverkiept. Als u
de machine inlaadt op of in de nabijheid van een helling,
moet u de aanhanger of vrachtwagen zo plaatsen
dat deze lager op de helling staat en de hellingbaan
hoger op de helling. Hierdoor wordt de hoek die de
hellingbaan maakt, zo klein mogelijk. De aanhanger of
de vrachtwagen moet zo horizontaal mogelijk staan.
25