CM14
Kalibratie van de celconstante
Gebruik voor de kalibratie van de celconstante altijd een gedefinieerde geleidbaarheids-
referentie-oplossing met ruwe geleidbaarheidswaarden die zijn gespecificeerd bij de
verschillende temperaturen. De correcte kalibratie wordt altijd zonder
temperatuurcompensatie uitgevoerd.
Instellingen: navigeer in de menu' s naar Extended Setup → Input → T.comp.cal: Select "off".
Hierdoor wordt de temperatuurcompensatie voor de kalibratie uitgeschakeld.
De nieuwe celconstante wordt berekend uit de nieuwe geleidbaarheidsreferentie-oplossing.
De methode voor de kalibratie van de celconstante is dezelfde voor conductieve en inductieve
geleidbaarheid. Alleen de geleidbaarheidsreferenties of standaardoplossingen, die zijn
aangepast op het meetbereik, mogen worden gebruikt.
Voor de conductieve sensoren(CLS15D,CLS16D and CLS21D), standaardoplossing CLY11-A
74,02 µS/cm, CLY11-B 149,75 µS/cm.
Voor de inductieve sensor (CLS50D), standaardoplossing CLY11-C 1,40 mS/cm, CLY11-D
12,65 mS/cm.
1.
Druk op "E" op het hoofdmenu op te roepen.
2.
Druk op de "+" knop om naar het menu "Calibration" te gaan.
3.
Druk op E om het menu te openen.
4.
Druk op "E" om het submenu "Cell const." te openen.
De actuele celconstante wordt getoond.
5.
Verwijder de sensor uit het te meten medium, spoel het af met gedestilleerd water en
maak het droog.
6.
Druk op "+" om de geleidbaarheidsreferentie-oplossing "cond. Ref." in te voeren
Invoeren van de waarde van de geleidbaarheidsreferentie-oplossing bij de actuele
temperatuur
7.
Druk op "+".
"Insert sensor in med." wordt getoond.
8.
Plaats de sensor in de geleidbaarheidsreferentie-oplossing.
9.
Druk op "+".
"wait for stable value" wordt getoond.
Het display toont "wait for stable value", wanneer de waarde stabiel is, verschijnt
"New cell constant" op het display.
10. Druk op "+".
"Save Calib. Data" wordt getoond.
Druk op E en accepteer de kalibratiegegevens met "Yes".
Endress+Hauser
Kalibratie (kalibratiemenu)
29