10. Laat de bougies uit de motor en giet twee eetlepels
motorolie in de bougie-opening.
11. Gebruik de startmotor om de motor te laten draaien en
zo de olie over de cilinderwand te verspreiden.
12. Monteer de bougies en draai ze vast met de aanbevolen
torsie; zie Bougie vervangen (bladz. 42).
Opmerking: De bougiekabel niet op de bougie(s)
drukken.
13. Controleer de antivriesbescherming en vul het systeem
bij met een oplossing die half uit water, half uit antivries
bestaat. Vul zoveel bij als nodig is met het oog op de
plaatselijk te verwachten minimumtemperatuur.
14. Verwijder de accu uit het chassis, controleer het
zuurpeil en laad de accu volledig op; zie Onderhoud
van de accu (bladz. 45).
Opmerking: U mag de accukabels niet aansluiten op
de accupolen tijdens stalling.
Belangrijk: De accu moet volledig opgeladen zijn
om te voorkomen dat deze bevriest en beschadigd
raakt bij temperaturen beneden 0 °C. Een volledig
opgeladen accu kan ongeveer 50 dagen worden
gestald bij temperaturen beneden 4 °C zonder
tussentijds te worden opgeladen. Bij temperaturen
boven 4 °C moet u om de 30 dagen het waterpeil in
de accu controleren en de accu opladen.
15. Controleer alle bouten, schroeven en moeren en draai
deze vast. Repareer of vervang beschadigde delen.
16. Werk alle krassen en beschadigingen van de lak bij.
Bijwerklak is verkrijgbaar bij een erkende Service
Dealer.
17. Stal de machine in een schone, droge garage of
opslagruimte.
18. Verwijder het contactsleuteltje en bewaar dit op een
veilige plaats buiten het bereik van kinderen.
19. Dek het voertuig af om dit te beschermen en schoon te
houden.
57