3. De motorkap kan worden opengehouden
door de steun in de opening van de kap
te zetten.
Plaats de steun in de uitsparing en schuif hem
omhoog. Anders kan de motorkapsteun be-
schadigd raken.
Controleer voor het sluiten van de motorkap of
er geen gereedschap, doeken en dergelijke in
de motorruimte zijn achtergebleven en druk de
steun in het klemmetje om rammelen te voor-
komen. Laat dan de kap zakken en in het slot
vallen. Druk de kap, indien nodig, aan de voor-
zijde in het midden met de vlakke hand aan tot
deze in het slot valt.
WAARSCHUWING
Controleer of de steun goed in de uitsparing
zit als de motorkap openstaat.
OPMERKING
Let erop de steun in het klemmetje te druk-
ken alvorens de motorkap te sluiten. Als de
motorkap wordt gesloten, terwijl de steun
nog in de motorkap is geplaatst, kan deze
verbogen raken.
SLEUTELS EN PORTIEREN
Antidiefstalsysteem
Het alarm klinkt en de verlichting knippert
als iemand zich ongeoorloofd toegang tot
de auto probeert te verschaffen. Het alarm
gaat af als de portieren, de achterdeur of de
motorkap worden geforceerd, als de accu-
kabels worden losgenomen en weer worden
aangesloten of als de inbraaksensor signa-
leert dat iemand de vergrendelde auto bin-
nendringt.
Dit systeem is ontworpen om diefstal te voor-
komen, maar een optimale beveiliging tegen
elke vorm van inbraak kan niet worden gega-
randeerd.
53