6.5.17
Aansluiting ModBus RTU
Fig. 21: Positie van jumpers
7
Bediening
7.1
Werking
7.1.1
EC-rF (AF150)
Inbouw- en bedieningsvoorschriften • Wilo-Control EC-Rain • Ed.01/2024-07
VOORZICHTIG
Materiële schade door externe spanning!
Een aangebrachte externe spanning vernielt het onderdeel.
• Geen externe spanning aankoppelen.
Zie voor positienummers Overzicht van de onderdelen: Wilo-Control EC-Booster
9
ModBus: RS485-interface
10
ModBus: Jumpers voor afsluiting/polarisatie
Voor de aansluiting aan het gebouwbeheersysteem staat het ModBus-protocol ter beschik-
king.
•
Ter plaatse gelegde aansluitkabels door de kabelschroefverbindingen voeren en bevesti-
gen.
•
Sluit de aders overeenkomstig de aansluitbezetting op de klemmenstrook aan.
Houd rekening met de volgende punten:
•
Interface: RS485
•
Instellingen veldbusprotocol: Menu 2.01 tot 2.05.
•
De schakelkast is af fabriek getermineerd. Afsluiting ongedaan maken: Jumper "J2" ver-
wijderen.
•
Als de ModBus een polarisatie nodig heeft, stel dan jumpers "J3" en "J4" in.
GEVAAR
Levensgevaar door elektrische stroom!
Er bestaat levensgevaar bij een open schakelkast.
• Schakelkast alleen gesloten bedienen.
• Laat werkzaamheden aan inwendige onderdelen door een elektricien
uitvoeren.
Drukopwekking
In normaal bedrijf houdt de installatie de druk tussen de bij- en uitschakeldrempelwaarde.
In deze regelingsmodus kunnen maximaal 2 pompen worden bestuurd. De regeling ge-
schiedt in dit geval als tweepuntsregeling, een druksensor registreert de werkelijke druk-
waarde. Wanneer de inschakeldrempel onderschreden wordt, wordt de basislastpomp inge-
schakeld. Afhankelijk van de vereiste vermogensbehoefte wordt de pieklastpomp inge-
schakeld wanneer de inschakeldrempelwaarde wordt onderschreden en nadat de inscha-
kelvertraging is verstreken. Wanneer de uitschakeldrempelwaarde van de pieklastpomp
wordt overschreden, schakelt de installatie de pieklastpomp uit na afloop van de uitscha-
kelvertraging. Wanneer de uitschakeldrempelwaarde van de basislastpomp wordt over-
schreden, schakelt de installatie de basislastpomp uit na afloop van de uitschakelvertra-
ging.
Watervoorziening
De watervoorziening voor de AF150 wordt verzorgd door een regenwaterreservoir en een
apart reservoir van 150 liter dat automatisch wordt gevuld met verswater. De watervoor-
zieningsbron varieert afhankelijk van de beschikbaarheid van regenwater en verswater; een
3/2-wegventiel scheidt de twee leidingen om vermenging te voorkomen. Er wordt een ni-
veausensor gebruikt om het actuele waterniveau in het regenwaterreservoir te bewaken en
er kunnen drempelwaardes worden ingesteld voor droogloop-, overstromings- en over-
loopdetectie, evenals de drempelwaardes voor gebruik van vers- of regenwater. Voor ge-
detailleerde informatie over het instellen van het regenwaterreservoir met bijbehorende ni-
veaus, zie Instelparameters en definitie van het regenwaterreservoir [" 24].
Het schematische overzicht van de AF150 regenwaterhergebruiksinstallatie en de optione-
le vlotterschakelaars worden getoond in de afbeelding.
nl
21