Inbedrijfstelling en instelling van de installatie
3
V [m
]
3,00
2,80
2,60
2,40
2,20
2,00
1,80
1,60
1,40
1,20
1,00
0,80
0,60
0,40
0,20
0,00
0
Afb. 24 Grenzen voor waterbehandeling
A
Gebruik boven de curven gedemineraliseerd vulwater met een ge-
leidbaarheid ≤ 10 microS/cm
B
Onder de curven onbehandeld leidingwater conform de drinkwa-
terreglementering vullen
H
Waterhardheid
W
V
Watervolume over de gehele levensduur
8.2
Vullen en ontluchten van de cv-installatie
OPMERKING
De installatie raakt beschadigd bij inschakelen zonder water.
Componenten in de cv-installatie raken oververhit als deze zonder water
wordt ingeschakeld.
▶ Vul het warmwatertoestel en de cv-installatie vóór u de cv-installatie
inschakelt en zorg voor de juiste druk.
Vullen van de cv-installatie
Afhankelijk van het watervolume van de installatie kan een extra expan-
sievat nodig zijn. De installateur moet de benodigde grootte bepalen en
de correcte druk instellen.
Voor gemakkelijker ontluchten van het warmtepompcircuit wordt de in-
bouw van een ontluchtingsinrichting op het hoogste punt van de leiding
tussen binnen- en buiteneenheid geadviseerd.
▶ Elektrische voedingsspanning van de buiteneenheid en de conventi-
onele warmteproducent onderbreken.
▶ Open alle kranen in de cv-installatie.
▶ Voor zover aanwezig, overige automatische ontluchters in de cv-in-
stallatie activeren.
▶ Doorstroming via geïntegreerde deeltjesfilter waarborgen, eventueel
kogelkraan openen.
▶ Cv-installatie langzaam via conventionele warmteproducent vullen.
14
A
B
5
10
15
≤ 100 kW
≤ 50 kW
20
25
30
H
[°dH]
W
Bedrijfsdruk
1,2-1,5 bar
Minimale vuldruk. Vul bij een koude cv-installatie de
installatie op een druk van 0,2-0,5 bar boven de
voordruk van het expansievat.
3 bar
Maximale vuldruk bij maximale cv-watertempera-
tuur: mag niet worden overschreden (veiligheidsven-
tiel geopend).
Tabel 2 Bedrijfsdruk
▶ Controleer, wanneer de druk niet constant blijft, of het expansievat
en de cv-installatie lekdicht zijn.
▶ Elektrische voedingsspanning voor buiteneenheid en conventionele
warmteproducent weer herstellen.
Ontlucht de cv-installatie
▶ Servicemenu openen.
▶ Kies menu Diagnose en bevestig.
▶ Kies menupunt Functietest en bevestig.
▶ Kies menupunt Warmtepomp en Ontluchtingsbedr. activeren.
▶ Voor zover aanwezig, overige circulatiepompen in de cv-installatie
cyclisch in- en uitschakelen.
▶ Bedrijfsdruk controleren en indien nodig water bijvullen, tot de ge-
wenste druk in de cv-installatie is bereikt.
▶ Het systeem via andere ontluchtingsventielen van de cv-installatie
(bijv. radiatoren) ontluchten.
▶ Stappen 1 tot 4 herhalen, tot de cv-installatie is ontlucht.
De complete ontluchting van het warmtepompcircuit kan tot wel
20 minuten duren.
▶ Eventueel de Ontluchtingsbedr. na 15 minuten nogmaals activeren.
▶ Alle ingebouwde filters en met name deeltjesfilters reinigen.
8.3
Energieprijzen voor kostengeoptimaliseerd bedrijf
De Energieprijzen kunnen in het menu Instellingen hybride in de hier-
na genoemde eenheden worden ingesteld:
• Gas: ct/kWh (verbrandingswaarde)
• Olie: ct/liter
• Stroom: ct/kWh
0010033490-001
HF-Set HYC40 – 6721877631 (2024/07)