Een afdrukprofiel gebruiken (Windows)
Afdrukprofielen zijn vooraf ingestelde profielen waarmee u snel toegang hebt tot regelmatig gebruikte
afdrukconfiguraties.
1. Selecteer het afdrukcommando in uw toepassing.
2. Selecteer de naam van uw model en klik vervolgens op de knop afdrukeigenschappen of voorkeuren.
Het venster van de printerdriver verschijnt.
3. Klik op het tabblad Afdrukprofielen.
4. Selecteer in de lijst met afdrukprofielen het gewenste profiel.
De profielinstellingen worden getoond aan de linkerkant van het venster van de printerdriver.
5. U hebt de volgende mogelijkheden:
•
Als de instellingen naar wens zijn voor uw afdruktaak, klikt u op OK.
•
Als u de instellingen wilt wijzigen, gaat u terug naar het tabblad Normaal of Geavanceerd, wijzigt u de
instellingen en klikt u vervolgens op OK.
Als u de volgende keer dat u afdrukt het tabblad Afdrukprofielen wilt weergeven aan de voorzijde van het
venster, vinkt u het selectievakje Tabblad Afdrukprofielen altijd eerst tonen. aan.
45