Pagina 1
Guide de démarrage rapide Guida rapida Beknopte gebruiksaanwijzing Short manual Freiarm-Nähmaschine Machine à coudre à bras libre Naaimachine met vrije-arm Màquina de coser de brazo libre Macchina da cucire a braccio libero Free-arm sewing machine MEDION LIFE SM60 (MD 10689)
Pagina 50
Inhoudsopgave Informatie over deze beknopte gebruiksaanwijzing ................53 1.1. Betekenis van de symbolen ......................53 Gebruiksdoel ............................53 Verklaring van overeenstemming ....................... 53 Veiligheidsvoorschriften ........................54 4.1. Elektrische apparaten horen niet thuis in de handen van kinderen ............54 4.2. Netsnoer en adapteraansluiting ......................54 4.3.
WAARSCHUWING! 3. Verklaring van Waarschuwing voor mogelijk levensge- overeenstemming vaar en/of ernstig blijvend letsel! Hierbij verklaart Medion AG dat het product overeenstemt met de volgende Europese eisen: VOORZICHTIG! • EMC-richtlijn //EU Waarschuwing voor mogelijk minder ern- • Laagspanningsrichtlijn //EU stig of licht letsel! •...
• Het snoer mag niet in aanraking komen 4. Veiligheidsvoorschriften met hete oppervlakken. 4.1. Elektrische apparaten horen niet • Trek de stekker van de naaimachine uit thuis in de handen van kinderen het stopcontact als u klaar bent en voor- kom zo dat de machine per ongeluk •...
• Berg de machine op een droge plaats bui- 4.5. Veilig omgaan met het apparaat ten het bereik van kinderen op. Berg de • Zet de naaimachine op een stevig, vlak naaimachine altijd in de meegeleverde af- werkblad. dekkap op, zodat de machine beschermd •...
7. Elektrische aansluitingen VOORZICHTIG! Gevaar voor letsel! Er bestaat gevaar voor letsel door het per ongeluk bedienen van het voet- pedaal. Schakel de machine als u klaar bent en vóór onderhoudswerkzaamhe- den altijd uit en trek de stekker uit het stopcontact. Steek de aansluitstekker van het meegeleverde netsnoer in het stekker- huis () op de machine.
7.3. Accessoirevak Het accessoirevak () zit in het afneembare werkblad. U opent het door het deksel van het afneembare werkblad naar voren te klappen. Zo kunt u bij de accessoires in het vak. 8. Voorbereidende werkzaamheden 8.1. Garenklos plaatsen De meeste garenklossen hebben een inkeping die dient voor het vastzet- ten van het garen als u klaar bent.
Zet de spoel op de spoelspindel (), waarbij het uiteinde van de draad boven op de spoel ligt. Draai de spoelspindel naar rechts in de richting van de spoelaanslag (), tot u deze hoort vastklikken. Houd het uiteinde van de draad vast en druk op het voetpedaal. Zodra de spoel een eindje is opgewikkeld, laat u het uiteinde van de draad los.
Haal nu het garen onder de spanningsveer door en duw het door het draadgat. Zorg ervoor dat het uiteinde van de draad circa cm lang is. Controleer of de spoel goed is geplaatst en linksom in het spoelhuis kan worden gedraaid.
Laat daarna de draad tussen de spanningsschijven van de spanningsre- gelaar voor de bovendraad () lopen. Haal de draad onder de voorste draadgeleiding door en trek deze naar boven. Hierbij wordt de binnenste geleideveer automatisch omhoog- geschoven. Anders dan bij de meeste naaimachines zijn de spanningsschijven van de bovendraadspanning niet direct te zien.
8.8. Functie voor automatisch inrijgen van de naald De naaimachine beschikt over een inrijgmechanisme waarmee de boven- draad gemakkelijk kan worden ingeregen. LET OP! Gevaar voor beschadiging! Bij gebruik van een tweelingnaald kan het inrijgmechanisme beschadigd raken. Gebruik alleen een normale naald voor het inrijgmechanisme. Draai eventueel aan het handwiel om de naald in de bovenste stand te zetten.
Zet de hendel van het inrijgmechanisme voorzichtig weer terug in de uitgangspositie. De draadhaak A trekt de bovendraad door het oog van de naald en vormt een lus achter de naald. Schuif de hendel van het inrijgmechanisme weer omhoog en trek de lus volledig met de hand door het oog van de naald om de bovendraad volledig in te rijgen.
9. Instellingen 9.1. Draadspanning instellen Als de draad tijdens het naaien breekt, is de draadspanning te hoog. Als zich bij het naaien kleine lussen vormen, is de draadspanning juist te laag. In beide gevallen moet de draadspanning worden versteld. Daarbij moeten de boven- en onderdraadspanning ten opzichte van elkaar goed zijn ingesteld.
9.4. Draadspanningen controleren 9.4.1. Juiste naad De boven- en onderdraadspanning is goed ingesteld als de draden in het midden van de stof de naad vormen. De stof blijft glad en er ontstaan geen plooien. 9.4.2. Onzuivere naden De bovendraad zit te strak en trekt de onderdraad omhoog. De onderdraad is te zien op de bovenste stoflaag.
10. Naaien In de uitgebreide gebruiksaanwijzing vindt u gedetailleerde informatie over soorten steken en verschillende naaibewerkingen. 10.1. Algemeen • Schakel de hoofdschakelaar () in. • Zet de naald bij het veranderen van het soort steek altijd in de hoogste stand. •...
10.4. Achterwaarts naaien Gebruik achterwaarts naaien om een naad aan het begin en einde te ver- stevigen. Druk de achteruithendel in en houd deze ingedrukt. Druk op het voetpedaal. Hoe harder u drukt, hoe sneller de machine loopt. Laat de achteruithendel gewoon los als u weer vooruit wilt naaien. 10.5.
10.8. Steeklengte instellen Met de steeklengteknop () kunt u de lengte van het ingestelde steekpa- troon selecteren. Draai de steeklengteknop zo dat de gewenste steeklengte bij het mar- keringsteken staat. Met de nummers wordt de steeklengte bij benadering aangegeven. 10.9. Soorten steken instellen De soorten steken worden ingesteld met de programmakeuzeknop.
11. Onderhoud, verzorging en reiniging Meer informatie over reiniging en onderhoud van het apparaat vindt u in de uitvoerige gebruiksaanwijzing. VOORZICHTIG! Gevaar voor letsel! Er bestaat gevaar voor letsel door het per ongeluk bedienen van het voet- pedaal. Schakel de machine als u klaar bent en vóór onderhoudswerkzaamhe- den altijd uit en trek de stekker uit het stopcontact.
11.2. Stof-, garen- en naaldentabel Over het algemeen worden fijn garen en fijne naalden gebruikt om dunne stoffen te naaien en dikker garen en dikke naalden om zwaardere stoffen te naaien. Test altijd de garen- en naalddikte op een rest van de stof die u wilt naaien. Gebruik hetzelfde garen voor de naald en spoel.
12. Afvalverwerking VERPAKKING Het apparaat zit ter bescherming tegen transportschade in een verpakking. Verpakkingen zijn gemaakt van materialen die milieuvriendelijk kunnen worden afgevoerd en vakkundig kunnen worden gerecycled. APPARAAT Afgedankte apparaten met het hiernaast afgebeelde symbool mogen niet bij het gewone huishoudelijke afval worden gedeponeerd.