Figuur 24
Verwijder de dop om gebruik te maken van de optionele aansluiting
Let op!
Het luchtafvoerkanaal vanaf de Modul-AIR naar de dakdoorvoer dient star
2
aangesloten te worden met uitwendig geïsoleerde, dampdichte buis met een
inwendige diameter van minimaal 150 mm. Dit is nodig om aan de
geluidsspecificaties te voldoen en om condensvorming te voorkomen.
Let op!
2
Zorg dat de luchtaansluitingen zijn afgedicht als ze niet worden aangesloten op het
ventilatiekanaal.
Let op!
Houd voor het ontwerpen van het ventilatiesysteem rekening met de volgende
2
weerstanden:
• Woningzijde maximaal: 100 Pa
• Uitblaaszijde maximaal: 30 Pa
2
Let op!
Bij geveldoorvoer extra geluiddempende maatregelen toepassen.
3.
Sluit het ventilatieluchtaanvoerkanaal aan op de opening voor ingaande lucht van de Modul-AIR
(figuur 23).
a.
Gebruik de meegeleverde nisbussen.
b.
Zorg dat de aansluiting luchtdicht is.
c.
Maak gebruik van een flexibele geluiddemper met een lengte van 1 meter. Pas deze zoveel
mogelijk toe in een rechte positie. Gebruik deze niet als flexibele aansluiting.
Inventum Technologies installatie- en inbedrijfstellingshandleiding Modul-AIR
31