De materiaalleidingen aansluiten
Sluit een geaarde materiaalleiding (F) aan van de pomp
op het materiaalinlaatverloopstuk (19) van de afgiftekraan.
U moet een materiaaldrukregelaar (P) aanbrengen om de
materiaaldruk naar de afgiftekraan te regelen. Een regelaar
stelt u in staat om de materiaaldruk nauwkeuriger te regelen
dan wanneer u deze regelt via de luchtdruk naar de pomp.
Breng een materiaalfilter (R) aan om vaste deeltjes en
neerslag te verwijderen waardoor de nozzle (spuitmond)
verstopt kan raken.
In een circulatiesysteem moet u de plug (4) van de circulatie-
poort (X) afhalen. Sluit een retourleiding (M) aan vanaf de
circulatiepoort naar het tegendrukventiel. Het tegendruk-
ventiel zorgt voor een gereguleerde druk naar alle afgiftekranen
in het systeem.
Installatie
Systeemonderdelen
Twee toebehoren moeten in ieder in uw systeem aanwezig
zijn, namelijk een zelfontlastende luchtkraan (A) en een
materiaalaftapkraan (D). Deze toebehoren helpen het
risico te verminderen van ernstig lichamelijk letsel waar-
onder het spatten van materiaal in de ogen of op de huid,
en verwonding door bewegende delen bij het afstellen of
repareren van de pomp.
De zelfontlastende luchtkraan is alleen vereist bij lucht-
gedreven pompen. Hij ontlast de lucht die is blijven zitten
tussen de kraan en de pomp, nadat de luchtregelaar is
dichtgedraaid. Opgesloten lucht kan de pomp onver-
wachts aan het lopen brengen. Plaats de kraan dicht bij
de pomp.
De materiaalaftapkraan helpt de druk in de pomp, de
slang en de afgiftekraan te ontlasten; het kan onvol-
doende zijn om alleen de kraan even open te zetten
om de druk te ontlasten.
WAARSCHUWING
306715
7