Gecoördineerde ontdooiing
Er zijn twee manieren waarop gecoördineerde ontdooiing kan
worden uitgevoerd:
Of door bedrading tussen de regelaars of via de datacommunica-
tie.
Bedrading
De digitale ingang DI2 wordt verbonden tussen de regelaars.
Zodra een regelaar een ontdooiing start, zullen alle andere rege-
System manager
laars volgen en eveneens een ontdooiing starten. Na de ontdooi-
ing gaan de regelaars in een wachtpositie. Zodra alle regelaars in
de wachtpositie zijn, zal de koeling weer aanvangen.
Coördinatie via datacommunicatie
Hier zal het systeem (netwerk) de coördinatie afhandelen.
De regelaars worden gegroepeerd in ontdooigroepen en de
systeemunit (gateway/SM) zal ervoor zorgen dat deze groep
ontdooit volgens een wekelijks schema.
Zodra een regelaar klaar is met ontdooien, zal deze een signaal
sturen naar de systeemunit en vervolgens in de wachtpositie
gaan. Als iedere regelaar binnen de groep in de wachtpositie
staat, zal koeling weer worden toegestaan voor alle regelaars.
Ontdooien
Op basis van koeltijd
Als de opgetelde koeltijd een ingestelde tijd overschrijdt, zal een
ontdooiing worden gestart.
Smeltfunctie
Deze functie voorkomt dat de luchtstroom door de verdamper
verminderd door sneeuwvorming op de lamellen als de verdam-
per lange tijd ononderbroken koelt.
Deze functie werkt alleen in het temperatuurgebied van -5°C en
+10°C en treedt in werking als de verdamper langer dan de inge-
stelde smeltinterval ononderbroken koelt. De koeling wordt dan
gedurende de ingestelde smeltperiode gestopt. De ventilatoren
draaien door zodat de sneeuw wordt gesmolten en daardoor de
capaciteit van de verdamper wordt verbeterd.
Real time clock
De regelaar heeft een ingebouwde real time clock welke gebruikt
kan worden voor het starten van ontdooiingen. Deze klok heeft
een back-up van 4 uur.
Als de regelaar is uitgerust met datacommunicatie en verbonden
is met een systeemunit, zal de klok worden ingesteld door de
systeemunit.
AK-CC 450
Handleiding RS8EU210 © Danfoss 05-2008
7