Spuiten
Spuiten
1.
Sluit monsterafnamekranen H
A
B
afsluiters G
en G
.
2.
Draai de functieknop op
3.
Spuit met het pistool in een emmer en voer lang-
zaam de druk op met de luchtregelaar tot de pomp
loopt en er regelmatig gemengd materiaal wordt
afgegeven.
24
A
B
en H
. Open
. Druk op
.
4.
Zet de trekker op de veiligheidspal. Druk op
5.
Volg Drukontlastingsprocedure op blz. 14.
6.
Zet de trekker op de veiligheidspal. Installeer de tip
op het pistool.
7.
Stel de luchtregelaar in op de vereiste spuitdruk.
Druk op
voor het doseren en spuiten.
8.
Volg De vloeistofverdeler doorspoelen op blz. 16,
of Uitzetten op blz. 28 als u klaar bent met spuiten
of voordat de houdbaarheid is verstreken.
De houdbaarheid en verwerkingstijd van
gemengd materiaal nemen af naarmate de
temperatuur hoger is.
Zorg ervoor dat de vloeistoftank niet leeg raakt.
Mogelijk kan een luchtstroom in de toevoerleiding
ervoor zorgen dat versnellingsmeters gelijk-
aardige metingen geven als bij vloeistof. Hierdoor
kan het vloeistof/luchtmengsel conform zijn met de
verhouding en de toleranties die voor de uitrusting
werden ingesteld. Dit kan voor gevolg hebben dat
niet-gekatalyseerd of slecht gekatalyseerd materi-
aal wordt rondgesproeid.
.
TI1948A
310768E