Download Print deze pagina
Nederland
UNIPLAN
300 / 500
Leister Technologies AG
Galileo-Strasse 10
6056 Kaegiswil
Switzerland
+41 41 662 74 74
leister@leister.com
leister.com
loading

Samenvatting van Inhoud voor Leister UNIPLAN 300

  • Pagina 1 Nederland UNIPLAN 300 / 500 Leister Technologies AG Galileo-Strasse 10 6056 Kaegiswil Switzerland +41 41 662 74 74 leister@leister.com leister.com...
  • Pagina 2 Inhoudsopgave 1. Toepassing 1.1 Beoogd gebruik 1.2 Onbeoogd gebruik 1.3 Algemene veiligheidsinformatie 2. Technische gegevens 3. Transport 4. Uw UNIPLAN 300 / 500 4.1 Typeplaatje en identificatie 4.2 Leveringsomvang (standaarduitrusting in de koffer) 4.3 Overzicht apparaatonderdelen 4.4 Onderbreking van de netspanning 5. Bedieningspaneel UNIPLAN 500 5.1 Overzicht bedieningspaneel UNIPLAN 500 5.2 Functietoetsen...
  • Pagina 3 9.3 Led-weergave van de status 9.4 Instellen van de parametereenheden 10. Ingebruikname UNIPLAN 300 10.1 Gereedheid voor gebruik 10.2 Apparaat starten 10.3 Instellen van de lasparameters 10.4 Het lasproces 10.5 Lassen beëindigen 10.6 Apparaat uitschakelen 11. Waarschuwingen en foutmeldingen UNIPLAN 300 12. Onderhoud UNIPLAN 300 13. Veel gestelde vragen, oorzaken en maatregelen 14. Conformiteitsverklaring 15. Afvoeren...
  • Pagina 4 Gebruikershandleiding (Vertaling van de originele gebruiksaanwijzing) Wij feliciteren u met de aanschaf van uw UNIPLAN 300 / 500. U heeft voor een uitstekende heteluchtlasautomaat gekozen. De heteluchtlasautomaat is ontwikkeld en geproduceerd met de meest recente kennis in de kunststof verwerkende industrie. Bij de productie is gebruik gemaakt van hoogwaardige materialen. Wij adviseren de gebruikershandleiding altijd bij het apparaat te bewaren. UNIPLAN 300 / 500 Heteluchtlasautomaat Meer informatie over de UNIPLAN 300 / 500 vindt u op: leister.com 1. Toepassing 1.1 Beoogd gebruik • Handgeleide heteluchtlasautomaat voor overlap-, zoom- en kederlasnaden van zeilen uit pvc, PE en dergelijke materialen.
  • Pagina 5 1.3 Algemene veiligheidsinformatie Zorg dat u altijd de veiligheidsinstructies naleeft die worden gegeven in de individuele hoofdstukken van die bedie- ningsinstructies en ook de volgende bepalingen. Waarschuwing Levensgevaar door een elektrische schok Er is sprake van levensgevaar door elektrische schokken als gevolg van elektrisch spanning. Het lasappa- raat mag daarom alleen worden aangesloten op een geaard stopcontact met een geaard verlengsnoer. Bescherm het lasapparaat tegen vocht en natte omstandigheden. Controleer voorafgaand aan ingebruik- name het netsnoer, de stekker en het verlengsnoer op elektrische en mechanische beschadigingen. Het lasapparaat mag alleen worden geopend door geïnstrueerd, gekwalificeerd personeel. Wanneer het apparaat op bouwplaatsen wordt gebruikt, moet een aardlekschakelaar worden gebruikt om het personeel op de bouwplaats te beschermen. Levensgevaar en gevaar voor explosie bij onjuiste installatie en gebruik. Vermijd oververhitting van het materiaal. Plaats het apparaat nooit in de buurt van ontbrandbare mate- rialen en/of explosieve gassen. Plaats het apparaat nooit in de buurt van ontbrandbare materialen en/ of explosieve gassen wanneer het aanstaat en/of heet is. Gebruik het apparaat alleen op brandwerende oppervlakken. Risico op brandwonden Raak de hete buis van het verwarmingselement en het hete mondstuk niet aan. Laat altijd eerst het lasap- paraat afkoelen. Richt de heteluchtstroom nooit op mensen of dieren. Let op De lokale netspanning moet overeenkomen met de voedingsspanning die op het apparaat is vermeld.
  • Pagina 6 2. Technische gegevens UNIPLAN 300 UNIPLAN 500 50 / 60 1800 3450 1800 3450 °C 100 – 550 100 – 620 °F 212 – 1022 212 – 1148 m/min 1 – 16 ft/min 3.3 – 52.5 20 / 30 / 40 inch 0.8 / 1.2 / 1.6 8'800 12'500 12'600 18'000 Met borstel Zonder borstel (dB) 70 (K = 3) a) mm / inch 500 / 19.7 b) mm / inch 310 / 12.2...
  • Pagina 7 4. Uw UNIPLAN 300 / 500 4.1 Typeplaatje en identificatie De typemarkering en standaardmarkering zijn aangebracht op het typeplaatje (21) op het apparaat. Neem deze gegevens over in uw gebruikershandleiding. Verwijs bij alle vragen aan onze vertegenwoordiging of geautoriseerde Leister-servicedienst altijd naar deze gegevens. Type: ....................................... Serienummer: ..................................Voorbeeld: 4.2 Leveringsomvang (standaarduitrusting in de koffer) UNIPLAN 300 • 1 x UNIPLAN 300 • 1 x overlappingsgeleiding (18) • 1 x veiligheidsinstructies • 1 x beknopte handleiding • 1 × catalogus UNIPLAN 500 •...
  • Pagina 8 4.3 Overzicht apparaatonderdelen Afbeelding: UNIPLAN 500 Afbeelding: UNIPLAN 300 1. Draaggreep/geleidingsstang 12. Typeplaatje 2. Handgreep 13. Montagerail voor toebehoren 3. Netsnoer 14. Montagerail voor opslag van toebehoren 4. Bedieningspaneel 15. Extra gewicht 5. Hendel t.b.v. optillen automaat 16. Werkstukaandrukriem 6. Aandrijf-/aandrukrol 17. Spanner voor werkstukaandrukriem 7. Steunrol 18. Overlapgeleider 8. Lasmondstuk 19. Inrichting voor het optillen van het materiaal 9. Heteluchtblazer 20. Hendelschroef 10. Inzwenkhendel 21.
  • Pagina 9 4.4 Onderbreking van de netspanning Schakel bij het uitvallen van de netspanning de hoofdschakelaar uit en zwenk de heteluchtblazer in de parkeerpositie om schade aan de heteluchtblazer te vermijden. 5. Bedieningspaneel UNIPLAN 500 5.1 Overzicht bedieningspaneel UNIPLAN 500 26 Pijltoets ‘Omhoog’ 27 Pijltoets ‘Omlaag’ 28 Toets 'Verwarming Aan/Uit’ 29 Toets 'Aandrijving Aan/Uit’ 30 Status-led 31 ‘e-Drive’ 32 Functievenster 33 Werkvenster 34 Statusbalk 'Zone 1' 35 Statusbalk 'Zone 2' 5.2 Functietoetsen Actuele selectie uit Actuele selectie Actuele selectie Toetsenbordmodus Set-upmenu het functievenster Werkvenster Wijzigen van de positie Wisselen van func-...
  • Pagina 10 De ingestelde waarde Indrukken wordt direct geaccep- De geselecteerde Selecteren van de gemar- van ‘e-Drive’ teerd en de selectie functie wordt keerde positie. (31) springt direct terug uitgevoerd. naar het functievenster. Instellen van de Wijzigt de positie binnen het gewenste waarden Wijzigen van de set-upmenu Draaien aan in stappen van 10 °C positie in het ‘e-Drive’ (31) resp. functievenster. Instellen van de waarde van stappen van 0,1 m/min de geselecteerde positie 5.3 Led-weergave van de status...
  • Pagina 11 5.4 Weergavesymbolen van de statusweergave UNIPLAN 500 De statusweergave is onderverdeeld in een linker en een rechter gedeelte. Statusweergave 'Zone 1' (34)/links Profielnaam • Toont de naam van het actueel geselecteerde lasprofiel (bijv. Basic). • Bestaat een profielnaam uit meer dan 6 tekens, worden na elkaar de eerste 6 tekens getoond, daarna de overige. Spanning • Afwisselend met de profielnaam wordt de actuele spanning getoond. Statusweergave 'Zone 2' (35) Algemene waarschuwing Aanwijzing voor te Aanwijzing voor te Zie hoofdstuk ‘Waarschuwingen en lage spanning in het hoge spanning in foutmeldingen’ (UNIPLAN 500) spanningsnet het spanningsnet...
  • Pagina 12 De pijl omlaag en de voortgangsbalk geven aan dat de gewenste waarde (merkteken °C op de voortgangsbalk) nog niet is bereikt (te heet). De knipperende waarde is de actue- le waarde. De waarde naast de voortgangsbalk is de ingestelde gewenste waarde. Als ‘Set Values’ (Waarden instellen) is geactiveerd, wordt de actuele temperatuur °C (groot) en de gewenste temperatuur (klein) getoond. Hebt u 'Set Values’ (Waarden instellen) gedeactiveerd, verschijnen tijdens de werking °C alleen de actuele waarden (groot), anders alleen de gewenste waarden (groot). Afkoelproces (Cool-down-mode (afkoelmodus)) Foutmelding verwarmingselement defect Het apparaat kan niet meer worden gebruikt. Neem contact op met een geautoriseerd Leister-service-center.
  • Pagina 13 5.7 Weergavesymbolen van de menukeuze (display 42) Selecteer een beschikbaar menu met de pijltoetsen (26/27) van het bedieningspaneel (4). Symbool Betekenis Symbool Betekenis Servicemenu opvragen (alleen met Aandrijving in-/uitschakelen wachtwoord) Opgeslagen lasprofiel Actuele instellingen / actuele profiel selecteren bewerken Actuele instellingen / actuele profiel Instellingen aanpassen opslaan Naar het startscherm (home) Actuele instellingen / actuele profiel wissen Naar vorige scherm/niveau Afkoelproces starten Naar fabrieksinstellingen (reset) 6. Set-upmenu van het bedieningspaneel van de UNIPLAN 500 6.1 Lasprocedures configureren, opslaan en selecteren (Save Recipes - Procedure opslaan) Uw UNIPLAN 500 beschikt over 15 vrij definieerbare procedures en over de procedure 'BASIC'.
  • Pagina 14 Aanpassen van een bestaande procedure 1. Gewenste waarden configureren [arbeidsvenster, ‘e-Drive’ (31)] 2. Menu ‘Instellingen’ selecteren en bevestigen [menukeuze, ‘e-Drive’ (31)] 3. Menu ‘Save Recipes’ (Procedure opslaan) selecteren [menukeuze, ‘e-Drive’ (31)] 4. De aan te passen procedure selecteren en bevestigen [menukeuze, ‘e-Drive’ (31)] 5. Functie ‘Opslaan’, ‘Geselecteerde positie bewerken’ of ‘Wissen’ selecteren en bevestigen [menukeuze, ‘e-Drive’ (31)] 6. Indien ‘Geselecteerde positie bewerken’ is geselecteerd, een vrij te kiezen procedurenaam overeenkomstig de hierboven beschreven stappen 6 en 7 invoeren Uw nieuw aangemaakte procedure is nu opgeslagen en kan op elk moment met de ingevoerde naam worden opge- roepen. Selecteren van procedures • Door selecteren van het pictogram 'Procedures' in het functievenster (32) gaat u naar het menu 'Select Recipes' (Procedures selecteren). • Zet de cursor met de pijltoetsen (26/27) op de gewenste procedure en bevestig met de ‘e-Drive’ (31). •...
  • Pagina 15 Wisselen tussen hoofdletters en kleine letters Verplaatsen van de cursorpositie binnen de naam Invoegen van een spatie Wissen van een enkel karakter (het karakter links van de cursor) Door dit symbool te selecteren, oproepen van het functievenster (32) 6.3 Basisinstelling en advanced mode In de basisinstelling gaat u via het menu 'Setup' (Set-up) naar opslaan van de procedure, stand-byfunctie (‘Eco Mode’ (Ecomodus)) en advanced mode (geavanceerde modus). In advanced mode zijn meer informatie en instellingsmogelijkheden ter beschikking. 6.4 Stand-byfunctie (‘Eco Mode’ (Ecomodus)) Als de motor is uitgeschakeld, de verwarming is geactiveerd en u tijdens de in ‘Eco Mode’ (Ecomodus) vastgelegde tijd geen toets indrukt, toont het apparaat automatisch weer het stand-byvenster. Als u binnen de volgende 180 s niet op de ‘e-Drive’ (31) drukt, schakelt de verwarming automatisch naar de Cool-down-mode (afkoelmodus). Vervolgens verschijnt 'Stand-by' op het scherm. Als u op de toets ‘e-Drive’ (31) drukt, gaat u naar de arbeidsmo- dus. De stand-bymodus is bij levering van de apparaten niet geactiveerd. Het gewenste tijdsinterval kan apart worden vastgelegd. Selecteer het eco-mode-menu (Ecomodus) met de ‘e-Drive’ (31) en stel vervolgens de gewenste waarde met de 'e-Drive' (31) in.
  • Pagina 16 6.5 Duty info (Meer informatie) (alleen in advanced mode (geavanceerde modus)) Onder ‘Duty info’ (Meer informatie) ziet u gegevens over de bedrijfsuren van uw UNIPLAN 500. Ga met de ‘e-Drive’ (31) naar het menu ‘Instellingen’ en bevestig uw keuze. Zet met de ‘e-Drive’ (31) de ‘advanced mode’ (geavanceerde modus) op ‘On’ (aan) en selecteer ‘Duty Info’ (meer informatie). Hours Drive (uren aandrijving): actuele bedrijfsuren aandrijving Hours Blower (uren blazer): actuele bedrijfsuren blazer Hours Machine (uren machine): actuele bedrijfsuren machine Day Distance (dagafstand): Afgelegde afstand sinds laatste reset (moet handmatig worden gereset) Total Distance (totale afstand): Afgelegde afstand sinds ingebruikname van het apparaat 6.6 General Info (Algemene informatie, alleen in Advanced Mode (geavanceerde modus))
  • Pagina 17 6.9 Actuele waarden weergeven – Application mode (toepassingsmodus) (alleen in advanced mode (geavanceerde modus)) Als u een overzicht van relevante informatie wenst, zoals netspanning, belastingsgraad van de verwarming enz., selecteer dan het menu ‘Instellingen’ en bevestig uw keuze. Activeer de ‘application mode’ (toepassingsmodus). Alle beschikbare informatie (symbool i) wordt nu in het werkvenster (33) weergegeven (zie weergavesymbolen van het werkvenster). 6.10 Set Values (waarden instellen) (alleen in Advanced Mode (geavanceerde modus)) Als functie ‘Set values’ (Waarden instellen) is geactiveerd, worden de actuele waarden groot en de gewenste waarden klein in het werkvenster (33) weergegeven. Dat geldt voor snel- heid en temperatuur. Als de functie is gedeactiveerd, worden alleen de gewenste waarden weergegeven.
  • Pagina 18 De daglengte terugzetten De daglengte kan alleen worden teruggezet als de aandrijving uitgeschakeld is. Selecteer in het menupunt 'Duty Info' (Meer informatie) ( zie hoofd- stuk Duty Info (Meer informatie)) de regel 'Day Distance' (Dagafstand). De cursor markeert dan automatisch het pictogram 'Urenteller terugzet- ten'. Bevestig dit met de 'e-Drive' (31) De urenteller is nu teruggezet. 6.13 Toetsblokkering De UNIPLAN 500 is uitgerust met een toetsblokkering. Deze blokkeert de vier toetsen en de 'e-Drive' (31) op het bedieningspaneel (4). Door tegelijk en gedurende minstens 2 sec. de pijltoetsen (26/27) in te drukken, blokkeert resp. deblokkeert u de toetsen. Een actieve toetsblokkering wordt in de statusbalk aangegeven.
  • Pagina 19 7. Ingebruikname UNIPLAN 500 7.1 Gereedheid voor gebruik Veiligheidsinstructies Levensgevaar door een elektrische schok Er is sprake van levensgevaar door elektrische schokken als gevolg van elektrisch spanning. Het lasappa- raat mag daarom alleen worden aangesloten op een geaard stopcontact met een geaard verlengsnoer. Bescherm het lasapparaat tegen vocht en natte omstandigheden. Controleer voorafgaand aan ingebruik- name het netsnoer, de stekker en het verlengsnoer op elektrische en mechanische beschadigingen. Het lasapparaat mag alleen worden geopend door geïnstrueerd, gekwalificeerd personeel. Wanneer het apparaat op bouwplaatsen wordt gebruikt, moet een aardlekschakelaar worden gebruikt om het personeel op de bouwplaats te beschermen. Levensgevaar en gevaar voor explosie bij onjuiste installatie en gebruik. Vermijd oververhitting van het materiaal. Plaats het apparaat nooit in de buurt van ontbrandbare mate- rialen en/of explosieve gassen. Plaats het apparaat nooit in de buurt van ontbrandbare materialen en/ of explosieve gassen wanneer het aanstaat en/of heet is. Gebruik het apparaat alleen op brandwerende oppervlakken. Risico op brandwonden Raak de hete buis van het verwarmingselement en het hete mondstuk niet aan. Laat altijd eerst het lasap- paraat afkoelen. Richt de heteluchtstroom nooit op mensen of dieren.
  • Pagina 20 Netsnoer en verlengkabel • De op het apparaat aangegeven nominale spanning (zie technische gegevens [2]) moet overeenko- men met de voedingsspanning. • Het netsnoer (3) moet vrij kunnen bewegen en mag de gebruiker of derden niet hinderen tijdens het werk (struikelgevaar). • Verlengkabels moeten zijn goedgekeurd voor het gebruik op de plaats van gebruik (bijvoorbeeld bui- ten) en dienovereenkomstig zijn gemarkeerd. Houd rekening met de vereiste minimale doorsnede voor verlengkabels. Houd rekening met de vereiste minimale doorsnede van 1,5 mm voor verlengkabels. Controleer voor de ingebruikname of het netsnoer (3), de stekker en de verlengkabel geen elektrische en/of mecha- nische beschadigingen vertonen. Beschadigde netsnoeren en stekkers mogen niet gebruikt worden, er is gevaar voor een elektrische schok.
  • Pagina 21 Geleidingsstang (1) monteren • Monteer de geleidingsstang (1) met behulp van de hendelschroef (20) en breng in de gewenste stand Extra gewicht (15) plaatsen • Gewichthouder basis (22) monteren, evt. gewichthouderuitbreidingen (23) monteren, gewichten (15) plaatsen (max. 7 extra gewichten) Overlappingsgeleiding (18) instellen De rol op de overlappingsgeleiding (18) heeft 4 markeringen 1: niet gebruikt 2: Markering 40, 30, 20 mm overlapping (fabrieksinstelling) 3: niet gebruikt...
  • Pagina 22 7.2 Apparaat starten Kantel de heteluchtblazer (9) in parkeerpositie en sluit de heteluchtlasautomaat op de elektriciteit aan. Schakel de heteluchtlasautomaat met de hoofdschakelaar (11) in. Na het starten wordt op de display gedurende korte tijd het startscherm met het versienum- mer van de actuele softwareversie en de apparaatbenaming weergegeven. Indien het apparaat voordien is afgekoeld, wordt een statische weergave van de gewenste waarden van het laatst gebruikte profiel (bij de eerste ingebruikname van het apparaat het basisprofiel) weergegeven. In deze fase is de verwarming nog niet ingeschakeld. Selecteer het bijpassende lasprofiel of stel de lasparameters individueel in (zie Instellen van de parameters). Schakel nu de verwarming aan (Toets Verwarming Aan/Uit, 28). Maak proeflassen overeenkomstig de lashandleiding van de fabrikant van het materiaal en/of lokale normen of richtlij- nen, en controleer het resultaat. Pas eventueel het lasprofiel aan. 7.3 Instellen van de lasparameters Bij de UNIPLAN 500 kunt u de gewenste waarden van de drie lasparameters op elk moment, ook tijdens de werking, individueel instellen. Ga daarvoor als volgt te werk: Selecteren: Selecteer de te wijzigen parameters met de pijltoetsen (26/27).
  • Pagina 23 7.4 Het lasproces Apparaat positioneren • Controleer of het te lassen materiaal tussen de overlapping aan de boven- en onderkant schoon is. • Controleer vervolgens of het lasmondstuk (8), de aandrijf-/aandrukrol (6) en aandrukriem (16) schoon zijn. • Til vervolgens de heteluchtlasautomaat aan de afnemer (5) op en rijdt het apparaat naar de gewenste laspositie. • Zwenk dan de rol van de overlappingsgeleiding (18) naar beneden. •...
  • Pagina 24 Apparaat tijdens het lasproces rijden Rijd de heteluchtlasautomaat met de geleidingsstang (1) of met de behuizing langs de overlapping, let hierbij steeds op de positie van de rol van de overlappingsgeleiding (18). Beweeg de heteluchtlasautomaat zonder druk, zodat er geen lasfouten ontstaan. Controle van de parameters tijdens de werking Lassnelheid, luchttemperatuur en luchtdebiet worden continu gecontroleerd. Indien de werkelijke waarden afwijken van de gewenste waarden van het lasprofiel of de individuele instellingen, wordt dit in het werkvenster (33) weergegeven. De werkelijke waarde komt over- De werkelijke waarde van de De werkelijke waarde van de een met de gewenste waarde.
  • Pagina 25 Te hoge temperatuur van het apparaat 0001 Oplossing: Laat het apparaat afkoelen Fout Verwarmingselement defect 0020 Oplossing: Verwarmingselement vervangen 0002 Te hoge of te lage netspanning 0004 Hardwarefout Fout (neem 0008 Het thermo-element is defect contact op met 0080 Fout automaataggregaat Leister-ser- 0100 Fout blazermotor vice-center) 0200 Fout in de communicatiemodule 0400 Fout in de aandrijving...
  • Pagina 26 9. Bedieningspaneel UNIPLAN 300 9.1 Overzicht bedieningspaneel UNIPLAN 500 39. Toets 'Aandrijving Aan/Uit' met status-led 40. Toets 'Verwarming Aan/Uit' met status-led 41. Toets 'Min' 42. Toets bevestigen 43. Toets 'Plus' 44. Weergavevelden De actuele waarden worden groot, de gewenste waarden klein weergegeven. Op de linkerrand staat de cursor, op de rechterrand de parametereenheid. 9.2 Symbolen Symbool Betekenis Cool-down-mode (afkoelmodus) Symbool voor afkoelproces Waarschuwingen en fouten Zie hoofdstuk ‘Waarschuwingen en foutmeldingen’ (UNIPLAN 300)
  • Pagina 27 (11) in. Op het display verschijnt nu 'UNIT'. Bevestig met de bevestigingstoets (42) en stel met de plus-/min-toetsen (41/43) de gewenste eenheden in. Bevestig met de bevestigingstoets (42) en selecteer met de plus-toets (41) 'SAVE’ (op- slaan). Bevestig met de bevestigingstoets (42), de eenheden zijn nu opgeslagen. Het apparaat wordt vervolgens automatisch opnieuw opgestart. 10. Ingebruikname UNIPLAN 300 10.1 Gereedheid voor gebruik Controleer of het netsnoer (3), de stekker en de verlengkabel geen elektrische en/of mechanische beschadigingen vertonen. Beschadigde netsnoeren en stekkers mogen niet gebruikt worden, er is gevaar voor een elektrische schok. Als u de heteluchtlasautomaat op een tafel gebruikt, bewaakt u deze steeds om te verhinderen dat de automaat van de tafel valt.
  • Pagina 28 10.2 Apparaat starten Sluit het apparaat aan op een geaarde contactdoos. Elke onderbreking in de aardleider, in het inwendige van het lasapparaat of daarbuiten, is niet toegestaan. Gebruik uitsluitend verlengkabels die van een aarding zijn voorzien. De op het apparaat vermelde nominale bedrijfsspanning moet overeenstemmen met de plaatselijke netspanning. EN 6100-3-11; UNIPLAN 500 Z = 0.384Ω + j 0.240Ω; UNIPLAN 300 Z = 0.377Ω + j 0.236Ω. Neem in voorkomende gevallen kontakt op met uw energie-leverancier. Schakel bij uitvallen van de netspanning de hoofdschakelaar (11) uit en zwenk de heteluchtblazer (9) in de parkeerpositie om schade aan de heteluchtblazer te vermijden.
  • Pagina 29 10.4 Het lasproces Lasproces voorbereiden • Zodra de verwarming is ingeschakeld, wordt dynamisch de weergave van de luchttempe- ratuur getoond (gewenste en werkelijke waarde). • Let erop dat de lastemperatuur is bereikt voordat u met de werkzaamheden begint (opwarmtijd bedraagt 3 - 5 minuten). • Vouw het bovenste zeil achter het aandrukwiel ietwat omhoog. Zo is gegarandeerd dat het mondstuk tussen beide zeilen kan komen. Beginnen met lassen • Bedien de hendel van het inzwenkmechanisme (10), de heteluchtblazer (9) daalt automatisch en de lasmondstukken worden tussen de zeilen gebracht.
  • Pagina 30 Controle van de parameters tijdens de werking Lassnelheid, luchttemperatuur en luchtdebiet worden continu gecontroleerd. Indien een werkelijke waarde afwijkt van de gewenste waarde van de gekozen instellingen, wordt dit in de werkweergave (44) weergegeven. De werkelijke waarde komt De werkelijke luchttemperatuur De werkelijke waarde van de overeen met de gewenste waarde. is lager dan de gewenste waarde. luchttemperatuur is hoger dan de De opwarming wordt knipperend gewenste waarde. Het afkoelen aangegeven, de pijl wijst naar wordt knipperend aangegeven, boven.
  • Pagina 31 11. Waarschuwingen en foutmeldingen UNIPLAN 300 Soort Foutcode/ Weergave Beschrijving melding waarschuwing Te hoge temperatuur van het apparaat 0001 Oplossing: Laat het apparaat afkoelen 0004 Fout in de hardware Error 0008 Het thermo-element is defect 0400 Fout in de aandrijving 12. Onderhoud UNIPLAN 300 Als het onderhoudsinterval voor het apparaat is bereikt, verschijnt na het startscherm ‘BLOWER’ (Blazer) of ‘DRIVE’ (Aandrijving). De weergave verdwijnt na 10 s automatisch of door te drukken op de bevestigingstoets (42). Breng nu het lasapparaat beslist naar uw onderhoudsbedrijf.
  • Pagina 32 13. Veel gestelde vragen, oorzaken en maatregelen De machine schakelt na het inschakelen automatisch de blazer aan: • Het apparaat schakelt automatisch naar de Cool-down-mode (afkoelmodus) als de luchttemperatuur bij het inschakelen van het apparaat hoger is dan 100 °C. Het afkoelproces wordt beëindigd zodra de luchttemperatuur gedurende 2 minuten lager is dan 100 °C. De machine schakelt automatisch uit: • In stand-bygebruik wordt de verwarming na de door de gebruiker opgeslagen tijd automatisch uitgeschakeld (zie ook stand-bymodus). Dat is alleen bij de UNIPLAN 500 mogelijk. Lasresultaat van slechte kwaliteit: • Controleer de aandrijfsnelheid, lastemperatuur en het luchtdebiet. • Reinig hetlasmondstuk (9) met een draadborstel (zie Onderhoud). • Het lasmondstuk (9) staat verkeerd afgesteld (zie Lasmondstuk afstellen). De ingestelde lastemperatuur wordt na 5 minuten nog altijd niet bereikt: •...
  • Pagina 33 14. Conformiteitsverklaring Leister Technologies AG, Galileo-Strasse 10, 6056 Kaegiswil, Zwitserland bevestigt dat het product voldoet aan de eisen van onderstaande Europese richtlijnen en wel in de modeluitvoeringen zoals wij die in de handel hebben gebracht. Richtlijnen: 2006/42/EG, 2011/65/EU geharmoniseerd EN ISO 12100, EN 60335-1, EN 60335-2-45, EN 62233, EN 55014-1, EN 55014-2, normen: EN 61000-3-2, EN 61000-3-11, EN 61000-6-2, EN IEC 63000 Kaegiswil, 14-04-2021 Bruno von Wyl, CTO Christoph Baumgartner, GM 15. Afvoeren Verwijder elektrotechnische apparaten niet samen met of via het huishoudelijke afval! Elektrische apparaten, accessoires en verpakkingen moeten milieuvriendelijk worden gerecycled. Wanneer u onze producten afvoert, vragen we u om de nationale en lokale regelgeving in acht te nemen.
  • Pagina 34 © Copyright by Leister Garantie • Voor dit apparaat gelden de door de directe handelspartner/verkoper verleende garantie of de aanspraak op garantie vanaf de datum van aankoop. Bij aanspraak op garantie of waarborg (aan te tonen met factuur of afle- verbon) vergoedt de dealer u de kosten van materiaal en verwerking in de vorm van een vervangende levering of reparatie. Verwarmingselementen zijn uitgesloten van garantie of waarborg. • Verdere garantie of aanspraken op garantie worden in het kader van vigerend recht uitgesloten. • Schade, te wijten aan normale slijtage, overbelasting of ondeskundige omgang, valt buiten de garantie. • Op apparaten die door de koper werden gemodificeerd of gewijzigd, verlenen wij geen garantie en kan geen aanspraak op garantie worden gemaakt. Verkoop- en servicecenter Leister Technologies AG Galileo-Strasse 10 6056 Kaegiswil Switzerland +41 41 662 74 74 leister@leister.com leister.com...

Deze handleiding is ook geschikt voor:

Uniplan 500