5.1.1
Stationaire natte opstelling
Fig. 2: Stationaire natte opstelling – zie Pagina 3
1
Afsluiter
2
Terugslagklep
3
Afvoerleiding
4
Persleiding met Rp 1½
5
Ventilatieboring (3 mm/Amerikaanse boorgrootte: 1/8)
6
Optioneel: Vlotterschakelaar voor hoogwaterniveau
7
Optioneel: Alarmschakelkast, bijv. DrainAlarm
ON
Schakelpunt: pomp aan
OFF
Schakelpunt: pomp uit
Bij stationaire natte opstelling monteert u de pomp direct op de
afvoerleiding. Neem deze punten in acht bij de installatie:
•
Zorg ervoor dat de afvoerleiding zelfdragend is en niet door de
pomp wordt ondersteund.
•
De diameter van de afvoerleiding is gelijk aan of groter dan de
diameter van de persaansluiting.
•
Zorg ervoor dat de afvoerleiding vorstvrij wordt aangelegd.
•
Dicht de leidingaansluitingen af met teflonband.
•
Installeer alle benodigde fittings volgens de plaatselijke voor-
schriften (afsluiter, terugslagklep).
•
Voorkom bij het onderdompelen van de pomp dat er luchtbellen
ontstaan, omdat deze problemen met de pomp kunnen veroor-
zaken. Om de pomp te ontluchten, volgt u een van de volgende
stappen:
–
Monteer het ontluchtingsventiel vóór de terugslagklep.
–
Boor een gat van 3 mm in de persleiding boven de persaan-
sluiting.
•
Om opstuwing vanuit het openbare riool te voorkomen, mon-
teert u de afvoerleiding met een "zwanenhals".
De onderkant van de zwanenhals moet op het hoogste punt
boven het lokaal ingestelde terugstuwpeil liggen.
✓
Persleiding met Rp 1½ binnendraad. Voorbereid met de lengte
van de persaansluiting tot de afvoerleiding.
✓
Flexibele slang (binnendiameter: 50 mm/2 inch) voor het aan-
sluiten van de persleiding op de afvoerleiding.
✓
Twee buisklemmen (diameter: 45 tot 60 mm/1,75 tot 2,4 inch)
voor het bevestigen van de flexibele slang.
1.
Schroef de persleiding in de persaansluiting.
2.
Plaats de flexibele slang op de persleiding.
3.
Plaats de twee buisklemmen op de persleiding.
4.
Monteer de pomp op de gebruikslocatie.
5.
Schuif de flexibele slang over de twee leidingen.
6.
Bevestig de flexibele slang met de twee buisklemmen.
▶
De pomp is ingebouwd.
5.1.2
Verplaatsbare natte opstelling
Fig. 3: Verplaatsbare natte opstelling – zie Pagina 3
1
Drukslang
2
Slangmondstuk (inbegrepen bij Initial DRAIN)
3
Bochtstuk van 90° (voorgemonteerd)
4
Vlotterschakelaar
ON
Schakelpunt: pomp aan
OFF
Schakelpunt: pomp uit
OFF2
Pomp uit bij diepe aanzuiging in handbedrijf
Neem deze punten in acht bij de installatie:
•
Zorg ervoor dat de pomp niet kan omvallen.
•
Zorg ervoor dat de drukslang goed op het slangmondstuk is
aangesloten.
Inbouw- en bedieningsvoorschriften • Wilo-Initial DRAIN & WASTE • Ed.01/2025-02
•
Voorkom bij het onderdompelen van de pomp dat er luchtbellen
ontstaan, omdat deze problemen met de pomp kunnen veroor-
zaken. Wanneer u de pomp in een gevuld gat plaatst, dompel
deze dan onder een kleine hoek onder.
•
Om te voorkomen dat de pomp in zachte grond wegzakt, dient
u een harde ondergrond op de gebruikslocatie te gebruiken.
✓
Slangmondstuk: Rp 1½" externe schroefdraad met een slan-
gaansluiting van 30 mm (1,2 inch) (inbegrepen bij Initial
DRAIN).
✓
Drukslang: minimale binnendiameter 33 mm (1,3 inch)
✓
Buisklem (diameter: 25 tot 50 mm/1 tot 2 inch) voor het be-
vestigen van de drukslang aan het slangmondstuk.
1.
Draai het slangmondstuk (inbegrepen bij Initial DRAIN) volle-
dig in de persaansluiting.
2.
Plaats de buisklem over de drukslang.
3.
Plaats de drukslang op het slangmondstuk.
4.
Bevestig de drukslang met de buisklem aan het slangmond-
stuk.
5.
Monteer de pomp op de gebruikslocatie.
6.
Bevestig de drukslang op een geschikte plaats (bijv. afvoer).
▶
De pomp is ingebouwd.
5.2
Elektrische aansluiting
•
Installeer een aardleiding voor de netaansluiting. Volg de lokale
voorschriften.
•
Installeer een lekstroom-veiligheidsschakelaar (RCD) met een
uitschakelstroom van 30 mA.
•
Gebruik een zekering bij de netaansluiting met een maximale
beschermingsklasse van 10 A.
•
Controleer of de netaansluiting compatibel is met de gegevens
voor spanning (U) en frequentie (f) op het typeplaatje.
Sluit de pomp niet aan onder de volgende omstandigheden:
•
De aansluitkabel is beschadigd.
Neem contact op met een gekwalificeerde elektromonteur of
de klantenservice om de beschadigde kabel te vervangen.
•
Er wordt gebruik gemaakt van een geïsoleerde omvormer.
Er wordt gebruik gemaakt van een geïsoleerde omvormer in au-
tonome stroomvoorzieningen, bijvoorbeeld zonnestroom. Een
omvormer kan overspanning veroorzaken. Overspanning ver-
nielt de pomp.
•
Er wordt gebruik gemaakt van een stekkerdoos.
•
Er wordt gebruik gemaakt van een energiezuinige stekker.
De stekker verlaagt de stroomtoevoer naar de pomp. De pomp
kan oververhit raken en kapot gaan.
•
Er wordt een startregelsysteem gebruikt.
Sluit de pomp niet aan op een frequentieomvormer of soft star-
ter. De pomp is hier niet voor ontworpen.
•
Er is een potentieel explosieve atmosfeer. De pomp heeft geen
Ex-goedkeuring.
5.2.1
Wisselstroomontwerp met 1-fase: pomp met stekker
Afhankelijk van het type stekker op de pomp, installeert u de bij-
behorende contactdoos met aarding:
Pomptype
Initial DRAIN ... /AEF ...
Initial DRAIN ... /AI ...
Initial DRAIN ... /AB ...
nl
•
•
−
−
−
−
−
•
−
−
−
−
−
•
−
7