Download Inhoudsopgave Inhoud Print deze pagina

Aansluiting Van De Bewakingsinrichtingen - Wilo -Emu Fa+T-Motor Inbouw- En Bedieningsvoorschriften

Inhoudsopgave
OPSTELLING
• Spanningskabel volgens de geldende normen/
voorschriften leggen en volgens het elektrsich
schema aansluiten.
• Aanwezige bewakingssystemen bijv. voor de
thermische motorbewaking, moeten aangesloten
en op werking gecontroleerd worden.
• Voor draaistroommotoren moet een rechtsdraai-
end draaiveld aanwezig zijn.
• Aard de pomp op de voorgeschreven wijze.
Vast geïnstalleerde pompen moeten volgens de
nationaal geldende normen geaard worden. Is
een separaat aardleidingaansluiting voorhanden
dan moet deze op de gekenmerkte boring resp.
aardeklem (;) met een geschikte bout, moer, kar-
tel- en onderlegring aangesloten worden. Voor de
aardleidingaansluiting moet een kabeldoorsnede
worden gebruikt die voldoet aan de plaatselijke
voorschriften.
• Voor motoren met vrij kabeluiteinde moet een
motorbeveiligingsschakelaar gebruikt worden.
Het gebruik van een lekstroom-veiligheidsscha-
kelaar (RCD) wordt aanbevolen.
• Schakelkasten zijn verkrijgbaar als toebehoren.
5.5.1. Beveiliging aan de netzijde
De benodigde voorzekering moet aan de hand van
de startstroom worden berekend. De startstroom
vindt u op het typeplaatje.
Als voorzekering mogen alleen langzame zeke-
ringen of vermogensbeschermingsschakelaar met
K-karakteristiek worden gebruikt.
5.5.2. Controle van de motorwikkeling en de bewa-
kingsinrichtingen vóór eerste inbedrijfname of
na langere opslag
Wanneer de gemeten waarden afwijken van de
voorgeschreven waarden, kan er vocht in de
motor of de spanningskabel zijn binnengedron-
gen of is de bewakingsinrichting defect. Sluit de
pomp niet aan en houd ruggespraak met de Wilo-
servicedienst.
Isolatieweerstand van de motorwikkeling
Voor het aansluiten van de spanningskabel moet
de isolatieweerstand gecontroleerd worden. Deze
kan met een isolatietester (meetgelijkspanning =
1000V) gemeten worden.
• Bij de eerste inbedrijfname Isolatieweerstand
mag de 20 MΩ niet onderschrijden.
• Bij overigen metingen: Waarde moet groter zijn
dan 2 MΩ.
Temperatuursensor en optioneel verkrijgbare
staafelektrode voor de bewaking van de afdich-
tingskamer
Voor het aansluiten van de bewakingsinrichtingen
moeten deze met een Ohmmeter gecontroleerd
worden. De volgende waarden moeten worden
aangehouden:
• Bimetaalsensor: Waarde gelijk "0"-doorgang
• PTC-voeler: Een PTC-voeler heeft een koude
weerstand tussen de 20 en 100 Ohm.
Bij 3 voelers in serie zou dat een waarde van 60
tot 300 Ohm opleveren.
Inbouw- en bedieningsvoorschriften Wilo-EMU FA+T-Motor
Bij 4 voelers in serie zou dat een waarde van 80
tot 400 Ohm opleveren.
• Pt100-voelers: Pt100-voelers hebben bij 0 °C
een waarde van 100 Ohm. Tussen 0 °C en
100 °C wordt deze waarde per 1 °C verhoogd
met 0,385 Ohm. Bij een omgevingstempera-
tuur van 20 °C kan een waarde van 107,7 Ohm
worden berekend.
• Staafelektrode: De waarde moeten tegen
"oneindig" gaan. Bij lagere waarden zit er water
in de olie. Neem ook de aanwijzingen van het
optioneel verkrijgbare relais in acht.
5.5.3. Draaistroommotor
De draaistroomuitvoering wordt met vrije
kabeluiteinden geleverd. De aansluiting op het
stroomnet gebeurt door het vastklemmen in de
schakelkast.
De volgende lijst van de verschillende aansluit-
schema's omvat alleen de standaard beschikbare
kabelbezettingen. Voor opdrachtspecifieke uit-
voeringen wordt per opdracht een apart aansluit-
schema bijgevoegd.
Let erop dat de afzonderlijke aders overeen-
komstig de aansluiting zijn gemarkeerd. Snij
deze niet af! U weet anders niet meer welke
aders op welk punt moeten worden aangeslo-
ten!
De elektrische aansluiting moet door een elek-
trotechnicus worden uitgevoerd!
Afb. 7: Aansluitschema motor met directe inschakeling
U
V
Netaansluiting
W
Afb. 8: Aansluitschema motor met sterdriehoek-inschakeling
U1
Netaansluiting; begin
V1
wikkeling
W1
PE
Aarde

5.5.4. Aansluiting van de bewakingsinrichtingen

De volgende lijst van de verschillende aansluit-
schema's omvat alleen de standaard beschikbare
kabelbezettingen. Voor opdrachtspecifieke uit-
voeringen wordt per opdracht een apart aansluit-
schema bijgevoegd.
Alle bewakingsinrichtingen moeten altijd aange-
sloten worden!
Nederlands
Dichtheidsbewaking
DK
motorruimte
PE Aarde
U2
Netaansluiting; einde
V2
wikkeling
W2
Dichtheidsbewaking
DK
motorruimte
185
Inhoudsopgave
loading

Inhoudsopgave