Download Inhoudsopgave Inhoud Print deze pagina
Inhoudsopgave
Beschikbare talen
  • NL

Beschikbare talen

  • DUTCH, pagina 22
Anleitung_RT_AG_125_1_SPK2__ 21.11.13 08:33 Seite 25
Vergewis u er zich van dat de beschermkap
goed vast zit.
Gebruik de haakse slijper niet zonder
bescherminrichting.
5.3 PROEFDRAAIEN VAN NIEUWE
SLIJPSCHIJVEN
De haakse slijper met gemonteerde slijp- of snijschijf
minstens 1 minuut vrij laten lopen. Vibrerende
schijven onmiddellijk vervangen.

6. Bediening

6.1 Schakelaar (fig. 4)
De haakse slijper is voorzien van een
veiligheidsschakelaar ter voorkoming van
ongelukken. Om het gereedschap in te schakelen de
grendelhefboom (a) naar voren schuiven en dan op
de AAN/UIT-schakelaar (3) drukken.
Wacht tot het gereedschap zijn maximaal
toerental heeft bereikt. Daarna kunt u de haakse
slijper op het werkstuk aanzetten en bewerken.
6.2. Verwisselen van slijpschijven (fig. 5/6)
Voor het verwisselen van slijpschijven hebt u de
bijgaande haaksleutel (6) nodig. De haaksleutel (6) is
in de extra handgreep (4) opgeborgen. Trek
desgewenst de haaksleutel (6) de extra handgreep
(4) uit.
Let op! Om veiligheidsredenen mag de haakse
slijper niet met ingestoken haaksleutel (6) in werking
worden gesteld.
Netstekker uit het stopcontact trekken.
Eenvoudige verwisseling van schijf door
n
spilvergrendeling.
De spilvergrendeling indrukken en de slijpschijf
n
vergrendelen.
De flensmoer met behulp van de voorgatsleutel
n
open draaien. (fig. 6)
Verwissel van slijp- of snijschijf en draai dan de
n
flensmoer met de voorgatsleutel weer vast.
Let op!
De spilvergrendeling slechts bij stilstaande
motor en slijpspil drukken!
De spilvergrendeling moet U bij het verwisselen
van schijf blijven drukken.
Bij slijp- of snijschijven tot ongeveer 3 mm dikte de
flensmoer met de vlakke kant naar de slijp- of
snijschijf vastschroeven.
6.3 Plaatsing van de flensen bij gebruik van
slijpschijfen en snijschijven (afb. 7-10)
Plaatsing van de flensen bij gebruik van een
n
gebogen of rechte slijpschijf (afb. 8)
a) Spanflens
b) Flensmoer
Plaatsing van de flensen bij gebruik van een
n
gebogen snijschijf (afb. 9)
a) Spanflens
b) Flensmoer
Plaatsing van de flensen bij gebruik van een
n
rechte snijschijf (afb. 10)
a) Spanflens
b) Flensmoer
6.4 MOTOR
De motor moet tijdens de bewerking goed verlucht
worden. Daarom moeten de verluchtingsopeningen
altijd schoon gehouden worden.
6.5 SLIJPSCHIJVEN
De slijp- of snijschijf mag nooit groter zijn dan de
n
voorgeschreven diameter.
Controleer vóór het gebruik van de slijp- of
n
snijschijf haar aangeduid toerental.
Het toegestane toerental van het
n
inzetgereedschap moet tenminste even hoog zijn
als het maximumtoerental vermeld op het
elektrische gereedschap.
Gebruik enkel slijp- of snijschijven die toegelaten
n
zijn voor een minimum toerental van 12.000 min
en voor een omtreksnelheid van 80 m/sec.
Let bij gebruik van diamantsnijschijven op de
n
draairichting. De draairichtingspijl op de
diamantsnijschijf moet overeenkomen met de
richtingspijl op het gereedschap.
Let vooral bij de slijplichamen op een behoorlijke
berging en transport. Stel de slijplichamen nooit bloot
aan stoten, schokken of scherpe kanten (b.v. tijdens
het transport of bij het opbergen in een
gereedschapskist). Daardoor zou schade aan de
slijplichamen, zoals b.v. barstjes, kunnen worden
berokkend en de gebruiker in gevaar kunnen worden
gebracht.
6.6 WERKWIJZE
6.6.1 Schrobslijpen (fig. 11)
Let op! De beschermkap voor het slijpen
gebruiken (bij de leveringsomvang begrepen).
Het best resultaat bij het schrobslijpen word bereikt
als U de slijpschijf in een hoek van 30° tot 40° ten
opzichte van het slijpvlak aanzet en gelijkmatig over
het werkstuk heen en weer beweegt.
NL
-1
25
Inhoudsopgave
loading

Deze handleiding is ook geschikt voor:

44.305.60

Inhoudsopgave