— — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — —
VOORBEREIDINGEN
Memo
Wanneer u naait met fijn kruiswikkeldraad,
gebruikt u de kleine kloskap en laat u enige
ruimte tussen de kap en de klos.
c
a
a Kloskap (klein)
b Klos (kruiswikkeldraad)
c Ruimte
Wanneer u draad gebruikt die snel afwikkelt,
zoals doorzichtig nylon of metalliek draad,
plaatst u het klosnetje over de klos, voordat
u de draadklos op de klospen plaatst.
Als het klosnetje te lang is, vouwt u het
zodat het past op het formaat klos.
Als u het klosnetje gebruikt, wordt de span-
ning van de bovendraad iets hoger. Contro-
leer de draadspanning. Voor
bijzonderheden, zie "Draadspanning aan-
passen" (pagina 57).
1
3
4
a Klosnetje
b Klos
c Kloskap
d Klospen
Houd de klos in uw rechterhand. Trek met uw
g
linkerhand aan de draad en leid de draad ver-
volgens onder de draadgeleider.
1
a Draadgeleider
24
b
2
Leid de draad van achteren naar voren onder
h
het draadgeleiderdeksel.
Houd de draad in uw rechterhand en zorg dat
de draad niet loshangt. Leid de draad vervol-
gens met uw linkerhand onder het draadgelei-
derdeksel.
a Draadgeleiderdeksel
Trek de draad naar rechts, leid deze onder de
i
haak van de draadgeleider voor de spoelwin-
der en wind de draad vervolgens tegen de klok
in tussen de schijven, terwijl u de draad zo ver
mogelijk trekt.
a Haak van de draadgeleider voor de spoelwinder
b Voorspanningsschijf
Opmerking
Zorg dat de draad onder de voorspannings-
schijf loopt.
Houd met uw linkerhand de draad vast die u
j
onder de draadgeleider voor de spoelwinder
hebt geleid en wind met uw rechterhand het
uiteinde van de draad vijf à zes maal met de
klok mee om de spoel.
a