— — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — —
NAAISTEKEN
Zijrits inzetten
Slechts één stuk stof wordt gestikt. Dit soort ritsen
gebruikt u voor zij- of achteropeningen.
a
a Stiksel
b Voorkant van de stof
c Einde ritsopening
Hieronder wordt beschreven hoe u aan de linkerkant
moet stikken (zie afbeelding).
Zet de machine aan.
a
Rijg de twee stukken tot aan de rand van de
b
stof.
1
2
a Rijgsteken
b Achteruitnaaien
c Achterkant van de stof
d Einde ritsopening
Bevestig zigzagvoet "J" en naai rechte steken
c
tot aan de ritsopening.
Met de voorkant van de stukken stof naar elkaar
toe naait u achteruit nadat u de ritsopening
hebt bereikt.
• Zie "Basissteken" (pagina 75) voor meer
informatie.
88
b
c
3
4
Druk de marge open vanaf de achterkant van
d
de stof.
a Achterkant van de stof
Duw tegen de marge tot er aan de voorkant (de
e
kant die niet wordt gestikt) 3 mm (1/8 inch)
extra ontstaat.
2
a Achterkant van de stof
b 3 mm (1/8 inch)
Leg de tanden van de rits op één lijn met de
f
geperste rand van de stof met de extra 3 mm
(1/8 inch) en rijg of speld vervolgens de rits op
zijn plaats.
1
a Tanden van rits
b Rijgsteken
02
Selecteer steek
g
• Zie "Steken selecteren" (pagina 67) voor
meer informatie.
VOORZICHTIG
● Wanneer u ritsvoet "I" gebruikt, moet u
de rechte steek selecteren (middelste
naaldstand) en het handwiel langzaam
naar u toe (tegen de klok in) draaien om
te controleren dat de naald de persvoet
niet raakt. Als een andere steek is
geselecteerd of als de naald de persvoet
raakt, kan de naald verbuigen of breken.
1
1
2
.