Een matrix maken in de matrixeditor
1.
Open de matrixcatalogus:
2.
Als u een vector wilt maken, drukt u op
3.
Als u een matrix wilt maken, tikt u op de naam van de matrix (M0–M9) of drukt u op
de gewenste matrix is gemarkeerd. Druk vervolgens op
U ziet een lege matrix met het formaat 1*1 naast de naam.
4.
Typ voor elk element in de matrix een getal of een expressie en tik op
U kunt complexe getallen invoeren in de complexe vorm, oftewel (a, b), waarbij a het reële deel is en b
het imaginaire deel. U kunt ze ook invoeren in de vorm a+bi.
5.
Wanneer u een element invoert, gaat de cursor standaard naar de volgende kolom in dezelfde rij.
Gebruik de cursortoetsen om naar een andere rij of kolom te gaan. U kunt ook de richting veranderen
waarin de cursor automatisch gaat. Tik hiertoe op
volgende opties:
●
●
drukt.
●
6.
Wanneer u klaar bent, drukt u op
of druk op
automatisch opgeslagen.
Matrices in de beginweergave
U kunt rechtstreeks in de beginweergave matrices invoeren en bewerken. De matrices kunnen wel of geen
naam hebben.
In de beginweergave of CAS-weergave kan een vector of matrix direct op de invoerregel worden ingevoerd.
(Matrix)
en druk vervolgens op
.
: de cursor wordt verplaatst naar de cel rechts van de huidige cel wanneer u op
drukt.
: de cursor wordt verplaatst naar de cel onder de huidige cel wanneer u op
: de cursor blijft in de huidige cel staan wanneer u op
om terug te keren naar de beginweergave. De ingevoerde matrixgegevens worden
of
tot de gewenste matrix is gemarkeerd. Tik op
. Ga verder met stap 4 hieronder.
.
. Met de knop
(Matrix) om terug te keren naar de matrixcatalogus,
of
tot
of druk op
schakelt u tussen de
drukt.
Werken met matrices 559