Vloeibaar gas (LPG)
Als het kookveld wordt aangesloten op een
LPG-distributienet, gebeurt de regeling aan de gasfles.
Hiervoor moet u alleen een testpuntadapter met de
adapter in de gasdistributieleiding installeren.
De testpuntadapter en de adapter worden met het toestel
meegeleverd.
Afb. 6.2
Aansluiting met testpuntadapter (LPG)
[1]
Testpuntadapter
[2]
Afdichting
[3]
Adapter
Monteer de testpuntadapter [1] met de adapters [3] en
X
X
de bijbehorende afdichting [2] op de aansluiting van de
gaskookplaat.
Zorg ervoor dat de afdichting correct wordt aangebracht.
X
X
Zorg ervoor dat u de benodigde adapter alsook de
X
X
bijbehorende afdichtingen bij de hand hebt op de
plaats waar de gastoevoer zich bevindt.
Draai alle verbindingen stevig aan.
X
X
Controleer de correcte montage.
X
X
Controleer of de afsluitkraan goed werkt.
X
X
Controleer als volgt de gasdruk (LPG):
X
X
zet de bedieningsknop in positie 0;
X
X
sluit de gastoevoer af.
X
X
schroef de testpuntschroef volledig los;
X
X
sluit het meetapparaat aan op de testpuntaansluiting;
X
X
open de gastoevoer;
X
X
stel de gasdruk aan de gasdistributie (LPG, drukfles) in
X
X
op 2,75 kPa;
ontsteek de brander (zie hoofdstuk Bediening);
X
X
controleer de gasvlam;
X
X
is alles correct ingesteld, sluit dan de gastoevoer af;
X
X
zet de bedieningsknop in positie 0;
X
X
haal het meetapparaat van het testpunt;
X
X
schroef de testpuntschroef weer stevig vast in de
X
X
testpuntadapter;
controleer of de schroef stevig vastzit.
X
X
Afsluitende montagewerkzaamheden voor
beide gassoorten (NG/LPG)
Controleer met behulp van een lektest of de
X
X
gasaansluiting lekvrij is (zie hoofdstuk Lektest).
Schakel de hoofdschakelaar/zekeringautomaat in.
X
X
Zet het kookveld aan (zie hoofdstuk Bediening).
X
X
Controleer of alle functies en de gasvlam correct
X
X
werken.
www.bora.com
1
2
3
2
6.3
Lektest van de gasaansluiting
Zorg ervoor dat er geen vonken kunnen ontstaan.
X
X
Gebruik geen vuur of open vlam.
X
X
Controleer alle verbindingen tussen de schakelkast en
X
X
het kookveld alsook de gasaansluiting met behulp van
geschikte testapparatuur.
Sluit, wanneer u gebruikmaakt van een lekspray, alle
X
X
verbindingen aan.
Sluit de gas af wanneer u ziet dat er gas ontsnapt en
X
X
ventileer de ruimte.
Maak de lek dicht.
X
X
Controleer opnieuw alle verbindingen en de
X
X
gasaansluiting.
Herhaal de lektest totdat alle verbindingen volledig
X
X
lekdicht zijn.
Stel een lektestprotocol op en overhandig dit aan de
X
X
gebruiker.
6.4
Gastype wijzigen
zet de bedieningsknop in positie 0;
X
X
Sluit de gastoevoer van de gasdistributieleiding af.
X
X
Schakel de hoofdschakelaar/zekeringsautomaat uit.
X
X
Bescherm de hoofdschakelaar/zekeringsautomaat
X
X
tegen onbedoeld opnieuw inschakelen.
Controleer de afwezigheid van spanning.
X
X
De gassproeier van de gasbrander vervangen
Neem de pannendrager van het apparaat.
X
X
Verwijder het deksel van de gasbrander.
X
X
Afb. 6.3
Kookplaatbrander met gassproeier
[1]
Gasbrander
[2]
Gassproeier
Draai de gassproeier [2] uit de gasbrander [1] .
X
X
Bevestig het juiste sproeier voor de te gebruiken
X
X
gassoort in de gasbrander [2].
Leg het deksel correct op de gasbrander [1].
X
X
Het deksel moet er mooi vlak op liggen.
Gasinstallatie
NL
1
2
23