Het knipperende rode lampje geeft aan dat er een fout in het systeem zit en . Een knippercyclus duurt 13 seconden
en geeft een specifieke foutcode aan. Tijdens deze 13 seconden wordt het rode lampje eerst 0,5 seconde donker en
gaat dan 0,5 seconde branden. Het aantal knipperingen komt overeen met het aantal gedetecteerde foutcodes. Daarna
blijft het lampje enkele seconden uit voordat de cyclus opnieuw begint.
Voorbeeld: Voor de foutcode 5,
knippert het rode lampje 5 keer in 5 seconden en blijft het gedurende de overige 8 seconden uit. Als er meerdere
fouten worden gedetecteerd, wordt slechts één fout weergegeven.
De kortsluitingsfout en lekkagefout kunnen niet automatisch worden hersteld en worden pas hersteld nadat de
oplaadstekker is aangesloten en weer losgekoppeld. Voor andere fouten is opnieuw aansluiten niet nodig en wordt
het oplaadproces automatisch hervat zodra de fout is hersteld.
8. Gebruiksaanwijzing
Selecteer de juiste startmethode op basis van de specificaties van de lader:
Sluit het ene uiteinde van de laadstekker aan op de laadaansluiting van het laadstation en het andere uiteinde op de
laadpoort van het voertuig. Zodra het indicatielampje van het laadstation groen wordt en gaat knipperen, geeft dit
aan dat het laadstation nu klaar is om op te laden.
Beginnen met knop
8.1
1.
Controleer of het laadstation is aangesloten op de voeding;
2.
Verbind de EV en het laadstation met de EV-laadstekker;
3.
Druk na het aansluiten van de stekker op de knop aan de zijkant van het laadstation om de laadstatus te
activeren;
4.
Als je klaar bent met opladen, trek je gewoon de oplaadstekker eruit.
Tabel 3 inleiding tot LED-storingsindicatorlampje
Pagina 9