Spelen
In dit gedeelte worden de basishandelingen uitgelegd tijdens het spelen, inclusief het selecteren van de vooraf ingestelde geheugens en de
gebruikersgeheugens die zijn opgeslagen in de GX-10, hoe u de afzonderlijke effecten in- en uitschakelt, de schermen die worden weergegeven,
enzovoort.
Een geheugen selecteren
Een combinatie van effecten en de bijbehorende instellingen wordt een "geheugen" genoemd.
Een groep van drie geheugens wordt een "bank" genoemd.
Geheugentype
Gebruikersgeheugen (U01-1–U66-3)
Vooraf ingesteld geheugen (P01-1–P33-3)
Een geheugen met het aanraakscherm selecteren
U kunt het geheugennummer horizontaal of verticaal vegen om te schakelen tussen geheugens op het afspeelscherm dat verschijnt wanneer het
apparaat wordt ingeschakeld.
Op andere afspeelschermen kunt u tussen geheugens schakelen door horizontaal op het geheugennummer en de geheugennaam te vegen
bovenaan het scherm.
De besturingsmodus selecteren
Met de besturingsmodus kunt u kiezen hoe u de geheugens en effecten wilt bedienen.
De GX-10 beschikt over drie besturingsmodi.
Raadpleeg de pagina voor de besturingmodi voor meer informatie over hoe elke besturingsmodus werkt.
Besturingsmodus
UP/DOWN (omhoog/omlaag-modus) (p. 18)
Uitleg
Deze kunnen worden overschreven.
Deze kunnen niet worden overschreven. U kunt echter wel een vooraf
ingesteld geheugen naar het gebruikersgeheugen schrijven, de
instellingen volgens uw voorkeuren wijzigen en de gewijzigde versie
opslaan in het gebruikersgeheugen.
Uitleg
In deze modus schakelen de geheugens in opeenvolgende volgorde.
* Dit is de fabrieksinstelling.
17