Instellingen voor voetschakelaars en expressiepedalen
SOURCE
58
Parameter
SOURCE
MODE
ACT LOW
ACT HIGH
SENS
Waarde
MAN É, MAN Ç
CUR NUM
CTL 1
CTL 2, CTL 3
EXP 1 SW
EXP 1
EXP 2
INT PDL
WAVE PDL
INPUT
CC# 1–31, 64–95
MOMENT
TOGGLE
0-126
1–127
0–100
Uitleg
Wijst de [É]- en [Ç]-schakelaars
op dit apparaat toe wanneer deze
in handmatige modus staan
ingesteld.
Wijst dezelfde nummerschakelaar
toe als het geselecteerde
geheugennummer.
* Dit is alleen ingeschakeld in de
BANK/NUM-modus.
Pas de [C1]-schakelaar op dit
apparaat aan.
Wijst de externe voetschakelaar
toe die is aangesloten op de CTL 2,
3/EXP 2-aansluiting.
Wijst de [EXP 1]-schakelaar van dit
apparaat toe.
Wijst het expressiepedaal van dit
apparaat toe.
Wijst het externe expressiepedaal
toe dat is aangesloten op de CTL 2,
3/EXP 2-aansluiting.
Wijst het interne
Raadpleeg
pedaal toe.
"Virtueel
expressiepedaal
Wijst het
systeem (intern
wavepedaal toe.
pedaal/
wavepedaal) (p.
85)"
De toegewezen doelparameter zal
veranderen volgens het
invoerniveau.
Wijst
besturingswijzigingsberichten van
een extern MIDI-apparaat toe.
De normale status is uit
(minimumwaarde), met de
schakelaar aan (maximumwaarde)
alleen als de voetschakelaar is
ingedrukt.
De instelling wordt bij elke
bewerking naar OFF
(minimumwaarde) of ON
(maximumwaarde) geschakeld.
U kunt het regelbare bereik voor
doelparameters instellen binnen
het operationele bereik van de
bron.
De doelparameters worden
geregeld binnen het bereik dat is
ingesteld met ACT LOW en ACT
HIGH.
Normaal gesproken stelt u ACT
LOW in op 0 en ACT HIGH op 127.
Dit past de invoergevoeligheid aan
wanneer INPUT is geselecteerd
voor SOURCE.