3. Gebruik
3.1 Inschakelen van de ontvochtiger
• Het apparaat onder spanning zetten (via de voeding van de algemene klemmenstrook),
• Uitsluitend bij driefasen DF: bij de inschakeling van de ontvochtiger controleert u de staat van de indicatorlampjes die
zich op de faseregelunit bevinden (KA4):
- geen controlelampjes aan = geen elektrische voeding,
- groen en oranje aan = correcte werking,
- groen enkel indicatorlampje = elektrische voeding, maar omkering van fase of ontbrekende fase. Schakel de
hoofdschakelaar van het apparaat uit en draai twee fasen op het klemmenbord van de elektrische voeding om. Als
het oranje controlelampje niet aan gaat na het wisselen van de fasen, controleer dan de aanwezigheid van 3 fasen
op de faseregelunit KA4.
Deze bewerking mag uitsluitend worden uitgevoerd door een erkende technicus.
Deze fasecontrole dient ter bescherming van de compressor. Het is verboden de fasen om te draaien op:
- vermogencontactor(KM1)
- compressor
• De vochtigheidsgraad en de temperatuur instellen op de Hygro Control en wel zodanig dat ontvochting en/of
luchtverwarming nodig worden (indien deze optie geïnstalleerd is), zie § "2.5.4 Aansluiting van de Hygro Control".
Bij het onder spanning zetten van de regelaar "ECP 600", gaat de ventilatie 5 minuten lang aan. Dit gebeurt
ook als het apparaat onder spanning staat en men de schakelaar "aan/uit" van de met het apparaat geleverde
Hygro Control activeert.
3.2 Uit te voeren controles
Bij comfort instelling van de Hygro Control (zie § "2.5.4 Aansluiting van de Hygro Control")
• controleren of er warme lucht komt uit de uitblaasroosters,
• controleer of het apparaat het condenswater afvoert.
3.3 Instellen van het mantelnetwerk (alleen op DF-mantel)
Regels het luchtdebiet door de schuiven van de roosters aan te passen (aanbevolen snelheid ≈ 1 meter/seconde), dit moet
hetzelfde zijn op alle uitblaasroosters.
3.4 Inwerkingstelling van de opties
De verwarmingsopties functioneren vanaf een temperatuur van 4°C van de omgevingslucht.
3.4.1 Extra verwarming
• Inschakeling: stel de thermostaat in tussen 26 en 28 °C (maximaal 30 °C), stel in het algemeen een luchttemperatuur in
van 1 tot 2 °C hoger dan de temperatuur van het zwembadwater,
Indien uw zwembad beschikt over een afdekking (type rolluik of dekzeil, etc...): wanneer deze afdekking is
geïnstalleerd kunt u de omgevingstemperatuur verlagen (door de thermostaat in te stellen, tot ongeveer 20 °C)
en de temperatuur van de zwembadruimte verhogen voordat u de afdekking verwijdert.
• Controleer of met schakelaar "VI/VP" op de stand "VI", en geen vraag voor ontvochtigen, noch ontdooicyclus in
uitvoering:
- de ventilator stopt na een nawerkingsfase van 3 minuten wanneer men de ingestelde waarde van de
omgevingstemperatuur verlaagt op de Hygro Control,
- ingeval van overmatige verhitting stopt het apparaat automatisch deze verwarmingsoptie, door onderbreking van de
verwarmingselementen en wordt de ventilatie voortgezet (zolang er een opdracht verwarming actief is).
Deze veiligheid beschikt over twee inschakelniveaus:
1) via de veiligheidsthermostaat "THS" indien T °C hoger is dan 65 °C (de reset vindt automatisch plaats),
2) indien de temperatuur blijft oplopen, wordt het apparaat beveiligd door middel van een tweede positieve
veiligheidsthermostaat "THSM" (zie lokalisatie § "afmetingen" in bijlage).
=> u schakelt deze weer handmatig in (apparaat uitgeschakeld), na te hebben gecontroleerd of de luchtafgifte van
het apparaat correct is (met de schakelaar "VI/VP" op "VP"), indien de roosters niet worden belemmerd, het filter
niet is vervuild, en de ventilator niet buiten dienst is.
3.4.2 Warmwaterbatterij
• Van warm water voorzien met een temperatuur van ten minste 50 °C vanaf de warmtebron (verwarmingsketel,
warmtepomp, geothermische- of zonneverwarming), installatie uitgevoerd door een erkende technicus, met behulp
van een circulatiepomp (niet meegeleverd) die van stroom wordt voorzien via de C-C-klemmen op het elektrische
aansluitdoos,
De slangen die warm water aanvoeren tussen de verwarmingsbron en het apparaat isoleren (met als doel het
warmteverlies te beperken).
• Aansluiting op verwarmingsketel Gas ZPCE met dubbel circuit: sluit de klemmen 3-6 van het klemmenblok van de DF
aan op de klemmen 3-6 van het klemmenblok van de verwarmingsketel,
De klemmen 3-6 kunnen eveneens dienen voor terugkoppeling van de warmtebron (zie § "2.5.2 Aansluitingen").
• Inschakeling: stel de thermostaat in tussen 26 en 28 °C (maximaal 30 °C), stel in het algemeen een luchttemperatuur in
van 1 tot 2 °C hoger dan de temperatuur van het zwembadwater,
Indien uw zwembad beschikt over een afdekking (type rolluik of dekzeil, etc...): wanneer deze afdekking is
geïnstalleerd kunt u de omgevingstemperatuur verlagen (door de thermostaat in te stellen, tot aan ongeveer 20
°C) en de temperatuur van de zwembadruimte verhogen voordat u de afdekking verwijdert.
11
H0384500.B - NL - 2015-09